Fors gebouwde katholieke generaal, met grote witte knevel, uit een Gelders adellijk geslacht, die in vol ornaat de Eerste Kamer voorzat. Beminnelijke, hoffelijke figuur uit een familie die vele officieren voortbracht. Hijzelf was dat liefst 60 jaar. In 1908 door Zuid-Holland tot senator gekozen en in 1914 door het liberale kabinet-Cort van der Linden tot Eerste Kamervoorzitter benoemd. Vervulde zijn ambt met grote nauwgezetheid en trouw, en ook met een zekere ijdele trots. Leeft in de herinnering ook voort vanwege typische versprekingen. Zo sprak hij eens van 'onze fourier' in plaats van 'onze griffier'. Bleef na zijn aftreden als Kamervoorzitter nog twee jaar 'gewoon' lid.