Rechtsgeleerde en prominent vrij-liberaal Tweede Kamerlid. Na de advocatuur hoogleraar burgerlijk en handelsrecht in Leiden. Werd al op 32-jarige leeftijd Statenlid. In 1913 in het tot dan overwegend rechtse district Gorinchem tot Tweede Kamerlid gekozen. Bekend vanwege zijn uitspraak over het opheffen van de Eerste Kamer, waarover slechts de boden zouden treuren. Stemde in 1920 als enige liberaal tegen de Lager-onderwijswet van minister De Visser. Kon scherp uit de hoek komen, maar genoot toch de sympathie van zijn medeleden. Hield van gezelligheid en was vaak in de koffiekamer van de Kamer te vinden. Sprak met een Gorkums accent.