KVP-Tweede Kamerlid. Deftige Utrechtse juriste uit een welgestelde katholieke familie, die in de crisistijd als werkloze volkenrechtspecialiste in de internationale vrouwenbeweging terecht kwam. In 1945 de enige vrouwelijke katholieke parlementariër in het noodparlement. Behalve met internationale juridische zaken hield zij zich ook bezig met maatschappelijk werk. Steunde met een kleine minderheid uit de KVP-fractie in 1955 de motie-Tendeloo over de arbeid van de gehuwde vrouw. Degelijke beschouwelijke afgevaardigde die nooit uit de band sprong.