Rotterdams advocaat uit een voornaam Zeeuws geslacht, die na zijn loopbaan als strafrechtpleiter gedeputeerde van Zuid-Holland werd en in 1876 in de Tweede Kamer kwam. Stapte na twee jaar over naar de Raad van State, maar keerde in 1884 terug in de Tweede Kamer. Behoorde tot de vooraanstaande (liberale) leden en kreeg in 1886 de leiding van de parlementaire enquête naar de toestanden in fabrieken en werkplaatsen, de zgn. arbeidsenquête. Nauwgezet en actief Kamerlid. Geen overmatig veel sprekend lid, maar als hij dat deed, had hij altijd de aandacht van zijn medeleden.