Groningse notariszoon, die dat ambt zelf ook vervulde en daarna burgemeester van Groningen werd. In 1910 gekozen tot Eerste Kamerlid. Aan dat lidmaatschap kwam na zeven jaar een einde toen hij Commissaris van de Koningin in de provincie Groningen werd. Werd in die functie opgevolgd door zijn zoon. Neef van de liberale voorman Kappeyne van de Coppello.