Sociaal voelende liberale politicus uit de tweede helft van de negentiende eeuw. Afkomstig uit een aannemersfamilie uit het protestantse deel van Brabant. Studeerde aanvankelijk theologie. Na de advocatuur hoogleraar in Amsterdam en in 1878 Tweede Kamerlid. Vanaf 1880 elf jaar een bekwaam burgemeester van Amsterdam, die onder meer zorgde voor verbetering van de nutsvoorzieningen. Zette zich ook in voor verheffing van het Atheneum tot universiteit. Was tevens Eerste Kamerlid. In 1891 formateur en minister van Buitenlandse Zaken. Het door hem geleide kabinet struikelde over het kiesrechtvraagstuk. Hij kwam daarna in conflict met Tak van Poortvliet over de kamerontbinding. Later Commissaris van de Koningin in Noord-Holland. Gematigde, innemende persoon. Vertrouweling van regentes Emma.