Conservatieve landeigenaar die woonde op kasteel Natewisch bij Amerongen. Vanaf 1859 elf jaar Eerste Kamerlid voor de provincie Utrecht; een provincie waarvan hij eerder als Statenlid bestuurder was. Hield zich in de Senaat vrijwel uitsluitend met spoorwegaangelegenheden bezig.
conservatief
functie(s) in de periode 1859-1870: lid Eerste Kamer
Emmerik, 18 maart 1802 (Emmerik behoorde toen tot Gelderland)
overlijdensplaats en -datum
Utrecht, 8 november 1872
Partij/stroming
stroming(en)
conservatief
Hoofdfuncties/beroepen
landeigenaar
lid Provinciale Staten van Utrecht, van 4 juli 1837 tot 10 september 1855 (1837-1850 voor de Ridderschap, 1850-1855 voor het kiesdistrict Amersfoort)
lid Gedeputeerde Staten van Utrecht, van 6 juli 1841 tot 10 september 1855
lid Eerste Kamer der Staten-Generaal, van 20 september 1859 tot 18 september 1870 (voor de provincie Utrecht)
Nevenfuncties
hoogheemraad College van de Lekdijk Bovendams, vanaf 21 november 1850
geeligeerd raad te Utrecht
afgeleide functies, presidia etc.
lid Centrale Afdeling (Eerste Kamer der Staten-Generaal), van september 1864 tot december 1864
Opleiding
In de uitgebreide versie is een overzicht van de opleiding(en) opgenomen.
Activiteiten
als parlementariër (5/7)
Behoorde in 1861 tot de 13 leden die tegen de ontwerp-Wet op de Raad van State stemden
Behoorde in 1862 tot de 12 leden die tegen de ontwerp-wet tot afschaffing der slavernij in Nederlands West-Indië stemden
Behoorde in 1863 tot de zeven leden die tegen het wetsontwerp tot regeling van het middelbaar onderwijs stemden
Stemde in 1868 tegen het (verworpen) voorstel van 5 liberale leden om een adres aan de Koning te zenden over een mogelijk derde Kamerontbinding
Stemde in 1869 tegen het voorstel tot afschaffing van het dagbladzegel
In de uitgebreide versie is een overzicht van opvallend stemgedrag opgenomen.
Wetenswaardigheden
uit de privésfeer
Zijn vader overleed toen hij vijf jaar was
Zijn echtgenote was een kleindochter van J.C.G. van der Brugghen van Croy, Tweede Kamerlid en van J. Hodshon, lid Notabelenvergadering
verkiezingen
Versloeg in 1859 bij een tussentijdse verkiezing van een Eerste Kamerlid in Provinciale Staten van Utrecht in de derde stemmingsronde met 20 tegen 17 stemmen W.H. de Heus
Werd in 1865 bij de periodieke verkiezing van een Eerste Kamerlid in Provinciale Staten van Utrecht met 22 van de 35 stemmen herkozen
Familie/gezin
In de uitgebreide versie zijn, indien bekend, de familierelaties opgenomen.