Hervormd predikant, theoloog en vooraanstaand CHU-politicus. Kwam als jong predikant in het Friese veengebied in aanraking met de grote sociale noden. Schreef een werk over christelijke sociale politiek en werd docent van het CNV. In 1916 hoogleraar theologie in Utrecht en in 1922 Eerste Kamerlid. Als minister van Arbeid in het kabinet-De Geer I voerde hij in 1929 de eerder tot stand gekomen Ziektewet in. Als minister van Sociale Zaken in het tweede kabinet-Colijn was hij medeverantwoordelijk voor diverse verlagingen van de steun aan werklozen. In 1935 volgde hij Marchant op als minister van Onderwijs en bezuinigde toen onder meer door ontslag van huwende onderwijzeressen. Opvallende verschijning door zijn lange baard. Irenische man, die tamelijk ijdel en lang van stof was.