Tweede Kamerlid en minister onder Willem II, die toen voorstander was van enige hervorming van het staatsbestel. In 1847 Gouverneur van Gelderland. Was in die tijd bevriend met Thorbecke. Deze achtte, toen hijzelf minister was geworden, de in zijn ogen te conservatieve Schimmelpenninck echter ongeschikt om Commissaris des Konings te blijven en ontsloeg hem daarom (zeer tegen de zin van de koning). Daarmee kwam ook hun vriendschap ten einde. Hij kreeg daarna hoge hoffuncties en keerde terug in de Tweede Kamer, waarvan hij zelfs kort voorzitter was. Nadien nog, als vertrouweling van de koning, Eerste Kamerlid.