J.E.N. baron Schimmelpenninck van der Oye

foto J.E.N. baron Schimmelpenninck van der Oye
bron: Fotoarchief Eerste Kamer

Hoge genie-officier die Tweede en Eerste Kamerlid was. Koos bij het conflict over de uitbreiding van het kiesrecht in 1894 de zijde van De Savornin Lohman en werd één van de voormannen van de vrij-Antirevolutionairen. In de Kamer woordvoerder militaire zaken, maar ook indiener van een initiatiefvoorstel over de instelling van Kamers van Arbeid, die bij geschillen tussen werkgevers en werknemers moesten bemiddelen. In 1902 werd hij als eerste rechtse politicus voorzitter van de Eerste Kamer. Gold als onpartijdig. Speelde in 1907 als 'informateur' een rol bij de poging om de kabinetscrisis op te lossen.

Vrij-AR, CHP, CHU, antirevolutionair
in de periode 1884-1914: lid Tweede Kamer, lid Eerste Kamer, voorzitter Eerste Kamer

Inhoudsopgave van deze pagina:


1.

Voornamen

Jan Elias Nicolaas

2.

Personalia

opmerkingen over de naam en/of titel
ook wel: Schimmelpenninck van der Oye van Hoevelaken

geboorteplaats en -datum
Brummen, 12 augustus 1836

overlijdensplaats en -datum
's-Gravenhage, 11 april 1914

begraafplaats en -datum
Hoevelaken, familiegraf, 15 april 1914

3.

Partij/stroming

partij(en)
  • ARP (Anti-Revolutionaire Partij), tot 1894
  • VAR (Vrij-Antirevolutionaire Partij), van 1897 tot 16 april 1903
  • CHP (Christelijk-Historische Partij), van 16 april 1903 tot 9 juli 1908
  • CHU (Christelijk-Historische Unie), vanaf 9 juli 1908

4.

Hoofdfuncties/beroepen (9/18)

  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 17 november 1884 tot 18 mei 1886 (voor het kiesdistrict Utrecht)
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 14 juli 1886 tot 17 augustus 1887 (voor het kiesdistrict Utrecht)
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 19 september 1887 tot 27 maart 1888 (voor het kiesdistrict Utrecht)
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 10 juli 1888 tot 20 maart 1894 (voor het kiesdistrict Amersfoort)
  • lid Eerste Kamer der Staten-Generaal, van 16 mei 1894 tot 19 juni 1895 (voor Gelderland)
  • lid Eerste Kamer der Staten-Generaal, van 11 juli 1895 tot 23 juli 1904 (voor Gelderland)
  • voorzitter Eerste Kamer der Staten-Generaal, van 17 maart 1902 tot 23 juli 1904 (benoemd bij K.B. van 17 maart 1902)
  • lid Eerste Kamer der Staten-Generaal, van 20 september 1904 tot 11 april 1914 (voor Gelderland)
  • voorzitter Eerste Kamer der Staten-Generaal, van 20 september 1904 tot 11 april 1914

(in)formateurschap(pen)
  • adviseur over de vraag wie namens de 'rechterzijde' bereid zou zijn tot kabinetsformatie, van 27 februari 1907 tot 1 maart 1907

officiersrangen (2/8)
  • generaal-majoor der genie b.d., van 1 juli 1895 tot 16 oktober 1899
  • luitenant-generaal b.d., vanaf 16 oktober 1899

U ziet een selectie van de loopbaan. In de uitgebreide versie is de gehele loopbaan in te zien.

5.

Partijpolitieke functies (0/1)

In de uitgebreide versie is een overzicht van partijpolitieke functies opgenomen.

6.

Nevenfuncties (2/13)

  • 'formateur' ereraad inzake de zogenaamde lintjesaffaire, januari 1910 (op verzoek van Abraham Kuyper)
  • voorzitter Anti-Opiumbond, tot 11 april 1914 (mede-oprichter)

afgeleide functies, presidia etc. (2/4)
  • voorzitter Centrale Afdeling (Eerste Kamer der Staten-Generaal), van 17 maart 1902 tot 23 juli 1904
  • voorzitter Centrale Afdeling (Eerste Kamer der Staten-Generaal), van 20 september 1904 tot 11 april 1914

U ziet een selectie van de nevenfuncties. In de uitgebreide versie is een overzicht van nevenfuncties in te zien.

7.

Opleiding

In de uitgebreide versie is een overzicht van de opleiding(en) opgenomen.

8.

Activiteiten

als parlementariër (2/4)
  • Diende in 1893 een initiatiefwetsvoorstel in over de instelling van Kamers van Arbeid. Dit voorstel werd later ingetrokken.
  • Stemde in 1896 tegen de ontwerp-Kieswet van Van Houten

In de uitgebreide versie is een overzicht van opvallend stemgedrag opgenomen.

9.

Wetenswaardigheden

algemeen (3/4)
  • In 1895 was een tussentijds verkiezing nodig vanwege zijn bevordering tot generaal-majoor
  • De koningin vroeg hem op 27 februari 1907 na de val van het kabinet-De Meester te onderzoeken welke persoon van de 'rechterzijde' een kabinet kon vormen. Hij raadpleegde daarop enkele leidende personen uit de rechtse fracties (Kolkman, Loeff, Heemskerk, Talma en De Savornin Lohman). Zij vonden dat de rechterzijde niet geroepen was te gaan regeren, omdat met verwerping van de Oorlogsbegroting geen besluit was genomen dat tegen het programma van het kabinet-De Meester inging en er ook geen andere politieke situatie was dan onmiddellijk na de verkiezingen van 1905. Dat zou pas het geval zijn, indien bleek dat vorming van een liberaal parlementair of extraparlementair liberaal kabinet onmogelijk was. Hij gaf daarop op 1 maart zijn opdracht terug.
  • Kreeg op 26 maart 1907 van de koningin de vraag voorgelegd zowel bij de rechterzijde als bij het kabinet-De Meester te onderzoeken onder welke voorwaarden terugkeer van het demissionaire kabinet mogelijk was. Toen het kabinet bereid bleek minister Staal te vervangen en de nieuwe minister een wetsvoorstel zou verdedigen om de kwestie van het blijvend gedeelte van het leger te regelen, was de rechterzijde bereid terugkeer van het kabinet te aanvaarden.

uit de privésfeer (3/5)
  • Een schoonzoon van hem was burgemeester van Warnsveld
  • Een dochter van hem was gehuwd met een zoon van J.E.H. baron van Nagell van Ampsen, Eerste Kamerlid
  • Zijn vader was eerste luitenant der grenadiers en jagers en lid van Provinciale Staten van Gelderland

verkiezingen (3/7)
  • Werd in 1888 bij de algemene verkiezingen in de eerste stemmingsronde verslagen door de liberalen J. Röell en A.L.W. Seyffardt
  • Versloeg in 1888 in het district Amersfoort J. Heemskerk Azn. (cons.)
  • Versloeg in 1891 W.H.J. Roijaards (lib.) na herstemming

U ziet een selectie van wetenswaardigheden. In de uitgebreide versie is een overzicht van wetenswaardigheden opgenomen.

10.

Familie/gezin

In de uitgebreide versie zijn, indien bekend, de familierelaties opgenomen.

11.

Uitgebreide versie

In het digitale biografisch archief van PDC, partner van het Montesquieu Instituut, is een uitgebreide versie van deze pagina aanwezig met bijvoorbeeld partijpolitieke functies, maatschappelijke nevenfuncties, opleiding en wetenswaardigheden. Laat het ons weten als u daar belangstelling voor heeft.


Op bovenstaande tekst en gegevens zijn auteursrechten van PDC van toepassing; overname, in welke vorm dan ook, is zonder expliciete goedkeuring niet toegestaan. Ook de afbeeldingen zijn niet rechtenvrij.

De biografieën betreffen vooral de periode waarin iemand politiek en bestuurlijk actief is of was. PDC ontvangt graag gemotiveerde aanvullingen of correcties.