Bestuurder en Tweede Kamerlid uit de tweede helft van de negentiende eeuw uit een bekend Gelders geslacht. Grootgrondbezitter en rentenier, die ook hoffuncties bekleedde. Trouw volgeling van Groen van Prinsterer, met wie hij correspondeerde en bij wie hij enige jaren vaak op bezoek kwam. Stond als Kamerlid bekend als een tamelijk gematigd en op verzoening gericht man, minzaam in de omgang. Zou in zekere zin als voorloper van een christelijk-historische politicus kunnen worden beschouwd. In 1888 werd hij Commissaris des Konings in Utrecht.