Uit de CHU afkomstige Haarlemse advocaat, zoon van een Zeeuwse rijswerker. Sloot zich meteen na de oprichting aan bij de NSB en ontplooide daar tot het bittere einde grote activiteiten. Was vanaf eind 1937 één van de vier NSB-leden in de Eerste Kamer. Seyss-Inquart maakte hem al in augustus 1940 procureur-generaal in Arnhem waar de bestrijding van het verzet een wezenlijk element was in zijn beleid. Eindigde de bezettingstijd als Commissaris der Provincie Overijssel.