Liberaal negentiende-eeuws koloniaal bestuurder en politicus. Begon al op veertienjarige leeftijd een loopbaan bij de ambtelijke dienst in Nederlands-Indië en was op zijn vijftigste vicepresident van de Raad voor Nederlands-Indië. Na terugkeer in Nederland Tweede Kamerlid en in 1879 minister van Koloniën in het kabinet-Kappeyne van de Coppello. Nadien weer Kamerlid en later voorzitter. Gouverneur-Generaal van Nederlands-Indië. Had daar de bijnaam 'koning Otto'. Tegenstander van voortdurende uitbreiding van het Nederlandse gebied in Indië en voorstander van hervormingen. Sprak met zachte stem, op een bescheiden wijze.