Rechtsgeleerde die in de Tweede Kamer volgeling van Thorbecke was. In zijn tijd een bekende Amsterdamse advocaat. In 1851 tot Tweede Kamerlid gekozen, maar na de Aprilbeweging van 1853 uitgevallen. Keerde in de periode 1864-1866 echter terug als afgevaardigde voor het district Haarlem. Nadien ondanks herhaalde pogingen niet gekozen. Raadslid in Amsterdam en Statenlid in Noord-Holland. Zette zich buiten de Kamer in voor de belangen van het Nederlands-Israëlitisch kerkgenootschap.