Arnhemse advocaat die vóór 1849 tot de veranderingsgezinde liberalen in de Tweede Kamer behoorde. Deed in 1844 echter niet mee aan de poging om de Grondwet te wijzigen en Was echter geen Thorbeckiaan. Trad wel als minister van Justitie toe tot het eerste kabinet-Thorbecke, dat hij met Thorbecke had geformeeerd. Had op wetgevend gebied wisselend succes. Wist wel onder meer de Wet op de parlementaire enquête tot stand te brengen, maar zag pogingen om wetten over vereniging en vergadering en over de organisatie van de rechterlijke macht tot stand te brengen, stranden. Trad vanwege die nederlagen af.