Voorman van de Christelijke vakbeweging die 'groot' werd in de Christelijke Landarbeidersbond. Werd in 1956 Tweede Kamerlid voor de CHU en volgde in 1959 Ruppert op als voorzitter van het CNV. Maakte als voorzitter een ongelukkige en moeizame periode door, waarvan zijn gezondheid te leiden had. Verliet in 1963 de Eerste Kamer waarnaar hij in 1960 was overgestapt en moest in 1964 ook het voorzitterschap van het CNV neerleggen. Werd later nog wethouder in Zeist en vervulde functies in de NCRV en de CHU. Sociaal voelende christen-politicus van eenvoudige komaf met veel organisatorische talenten.