In 1922 de eerste CHU-vrouw in de Tweede Kamer. Sociaal voelende advocate, die voorstander was van vrouwenkiesrecht, maar vond dat de natuurlijke taak van de vrouw in het gezin lag. Had met name belangstelling voor het gevangeniswezen en de huwelijkswetgeving. Was ook lid van de Amsterdamse gemeenteraad. Huwde later met een baron. Gaf in 1941 als één van de weinigen haar Kamerzetel op en kon daarom na de oorlog niet terugkeren in de Tweede Kamer.