Tot de gematigd liberalen behorende advocaat, die in 1848 als lid van de Dubbele Kamer steun gaf aan de Grondwetsherziening. Nadien Tweede Kamerlid voor het district Dordrecht en burgemeester van de gelijknamige gemeente. Stapte na zijn benoeming tot burgemeester in 1852 over naar de Eerste Kamer. Werd in het conservatieve kabinet-Van der Brugghen burgerminister van Marine in een reeks van marine-officieren. Na zitting te hebben gehad in nog twee kabinetten kreeg hij de titel minister van staat.