Voorzitter van de Algemene Mijnwerkersbond, die in Limburg als PvdA-Tweede Kamerlid (vanaf 1956) veel stemmen trok van de socialistische mijnwerkers. Was zelf eveneens als bankwerker werkzaam geweest in de mijnbouw en werd in 1946 senator. Voerde in Eerste Kamer het woord over mijnbouw en verkeer en vervoer. Hij interpelleerde bijvoorbeeld over de tarieven op de Zeeuwse veren. In de Tweede Kamer beperkte hij zich tot de begroting van de Staatsmijnen. Autodidact die met krachtige stem en een Vlaardings accent sprak. Rustige, gezagvolle vakbondsbestuurder.