Liberale Unie
functie(s) in de periode 1910-1913: lid Tweede Kamer
Personalia
voornamen (roepnaam)
Gerrit Johannes (Gerrit)
titulatuur en naam
G.J. de Jongh Gerrit Johannes (Gerrit)
geboorteplaats en -datum
Willemstad (N.Br.), 4 juli 1845
overlijdensplaats en -datum
's-Gravenhage, 31 januari 1917
levensbeschouwing
Hervormd
Partij/stroming
partij(en)
Liberale Unie
Hoofdfuncties/beroepen
- officier der artillerie, Tweede Stelling ('s-Hertogenbosch), omstreeks 1871
- directeur Dienst Gemeentewerken te Rotterdam, van 1 oktober 1879 tot 1 mei 1910 (was bij zijn afscheid al een half jaar buiten functie)
- lid Provinciale Staten van Zuid-Holland, van 5 juli 1910 tot 4 juli 1916 (voor het kiesdistrict Rotterdam III)
- lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 9 november 1910 tot 16 september 1913 (voor het kiesdistrict Rotterdam V)
officiersrangen
- tweede luitenant der genie, van 1865 tot 7 maart 1870
- eerste luitenant der genie, van 7 maart 1870 tot 1874
- kapitein der genie, van 1874 tot september 1879
Nevenfuncties
- adviseur Gouvernement van Nederlands-Indië, van 27 januari 1910 tot 4 juli 1910 (op verzoek van de minister van Koloniën ter invoering van een modern havenbedrijf)
- adviseur voor de havenaanleg in Gothenburg
- adviseur van de regering van Portugal
- adviseur voor de havenaanleg in Ierland
- lid Staatscommissie inzake het telefoonvraagstuk
- lid Staatscommissie inzake de ontginning van de mijnenvelden in Zuid-limburg
- lid Raad van Commissarissen Holland-Amerika Lijn, omstreeks 1915
Opleiding
hoger beroepsonderwijs
- officiersopleiding KMA (Koninklijke Militaire Academie) te Breda
Activiteiten
als parlementariër
- Sprak als Kamerlid vooral over mijnbouwaangelegenheden en arbeidsomstandigheden
Wetenswaardigheden
algemeen
- Het parlementaire werk lag hem niet erg
uit de privésfeer
- Nam als jong officier deel aan de organisatie van de eerste torpedocompagnie bij het Nederlandse leger in 1867/1868
- Bouwde onder meer het fort Uitermeer en het artilleriekamp Oldenbroek
- Bracht vele utiliteitswerken tot stand in Rotterdam, onder andere het krankzinnigengesticht Maasoord, het archief aan de Mathenesserlaan en lagere scholen en had een belangrijk aandeel in de havenuitbreiding in Rotterdam en in de aanleg van riolering in Rotterdam in 1889.
- In Rotterdam staat bij het Museumpark een in 1935 door de beeldhouwer Bolle vervaardigde bronzen plaquette
verkiezingen
- Versloeg 1910 bij een tussentijdse verkiezing in het district Rotterdam V na herstemming H.Ch. Vegtel (arp). Derde kandidaat was J. ter Laan (sdap).
- Was in 1913 geen kandidaat
woonplaats(en)/adres(sen)
- Rotterdam
- 's-Gravenhage, omstreeks 1915 tot 31 januari 1917
ridderorden
- Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw
- Commandeur in de Orde van Oranje-Nassau, 1 augustus 1910
buitenlandse onderscheidingen
diverse buitenlandse onderscheidingen
overige onderscheidingen en prijzen
De Rotterdamse handel gaf hem bij zijn afscheid als directeur van de gemeentewerken een gouden gedenkpenning
verenigingen, sociëteiten, genootschappen etc.
- lid Academie voor Beeldende Kunsten en Technische Wetenschappen te Rotterdam
- directeur Bataafsch Genootschap der proefondervindelijke wijsbegeerte
Publicaties van/over
literatuur/documentatie
- A.C. Burgdorffer, "In memoriam Gerrit Johannes de Jongh", in: Rotterdam's Jaarboekje (1918), 132
- W.F. Lichtenauer, "Jongh, Gerrit Johannes de (1845-1917)", in: Biografisch Woordenboek van Nederland, deel I, 276
- H.A. Stuurman, scriptie Staatkundig-Historische Studiën, RU Leiden (1974)
Biografisch Woordenboek(en)
biografie opgenomen in het Biografisch Woordenboek van Nederland
Familie/gezin
huwelijk/samenlevingsvorm
gehuwd te Bergen op Zoom, 25 augustus 1869
echtgeno(o)t(e)/partner
H.M. Bax, Henriëtte Martina
kinderen
2 zoons en 3 dochters
vader
T.G. de Jongh, Teunis Gerardus
geboorteplaats en/of -datum
Tiel, 18 juli 1808
beroep vader
officier van gezondheid
moeder
C.J. Maris, Cornelia Johanna
geboorteplaats en/of -datum
Willemstad, 19 oktober 1803
beroep grootvader (vaderskant)
- zilversmid te Tiel
- lid Provinciale Staten van Noord-Brabant
beroep grootvader (moederskant)
- handelaar in granen, meekrap en zaden
- scheepsreder en kassier
- president college van burgemeesters van Willemstad, van 1820 tot 1823
- burgemeester van Willemstad, van 1831 tot 1835