Welgestelde Katholieke rechter die lange tijd in het parlement zat. Werd in 1902 als Maastrichtse advocaat door het district van de Limburgse hoofdstad afgevaardigd naar de Tweede Kamer. Sprak daar over onder meer justitie en onderwijs. Werd later rechter en verliet in 1918 de Tweede Kamer. Keerde in 1922 terug als Eerste Kamerlid. Was in de Senaat een bescheiden, maar gerespecteerd lid. Klom op tot rechtbankpresident. Bekleedde in Limburg functies op het gebied van de spoorwegen, financiën en het onderwijs, en was lange tijd raadslid in Maastricht.