J.P. Havelaar

foto J.P. Havelaar
bron: Fotoarchief Eerste Kamer

Antirevolutionaire minister van Waterstaat in het Coalitiekabinet-Mackay. Waterstaatkundig ingenieur, die bij de waterstaat in Utrecht werkte en directeur van de Provinciale Waterstaat van Drenthe was. Bracht als minister een wet tot stand waardoor nog slechts twee spoorwegmaatschappijen de spoorlijnen zouden exploiteren en verder een nieuwe wet op de brievenposterij. Na zijn ministerschap Tweede en Eerste Kamerlid, Statenlid en gemeenteraadslid in Den Haag. Ging later over naar de christelijk-historischen.

Vrij-AR, CHP, CHU, antirevolutionair, ARP
in de periode 1888-1913: lid Tweede Kamer, minister

Inhoudsopgave van deze pagina:


1.

Voornamen

Jacob Petrus

2.

Personalia

geboorteplaats en -datum
Rotterdam, 23 januari 1840

overlijdensplaats en -datum
's-Gravenhage, 7 april 1918

3.

Partij/stroming

partij(en)
  • ARP (Anti-Revolutionaire Partij), tot 1894
  • VAR (Vrij-Antirevolutionaire Partij), van 1897 tot 16 april 1903
  • CHP (Christelijk-Historische Partij), van 16 april 1903 tot 9 juli 1908
  • CHU (Christelijk-Historische Unie), vanaf 9 juli 1908

4.

Hoofdfuncties/beroepen (6/11)

  • minister van Waterstaat, Handel en Nijverheid, van 21 april 1888 tot 21 augustus 1891
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 1 december 1891 tot 1 mei 1893 (voor het kiesdistrict Gouda)
  • lid gemeenteraad van 's-Gravenhage, van 28 maart 1893 tot 3 oktober 1893
  • directeur-generaal der Posterijen en Telegraphie, van 1 mei 1893 tot mei 1905
  • lid Eerste Kamer der Staten-Generaal, van 16 september 1902 tot 23 juli 1904 (voor Zuid-Holland)
  • lid Eerste Kamer der Staten-Generaal, van 20 september 1904 tot 8 februari 1913 (voor Zuid-Holland)

U ziet een selectie van de loopbaan. In de uitgebreide versie is de gehele loopbaan in te zien.

5.

Nevenfuncties

afgeleide functies, presidia etc. (2/6)
  • lid Centrale Afdeling (Eerste Kamer der Staten-Generaal), van april 1911 tot juli 1911
  • lid Centrale Afdeling (Eerste Kamer der Staten-Generaal), van september 1911 tot september 1912

U ziet een selectie van de nevenfuncties. In de uitgebreide versie is een overzicht van nevenfuncties in te zien.

6.

Opleiding

In de uitgebreide versie is een overzicht van de opleiding(en) opgenomen.

7.

Activiteiten

als parlementariër
  • Sprak in de Tweede Kamer vooral over waterstaat (spoorwegen, havens, telefonie)
  • Sprak enkele keren als Eerste Kamerlid, vooral over waterstaat en defensie, maar ook over justitiële onderwerpen en mijnbouw

opvallend stemgedrag (0/1)

In de uitgebreide versie is een overzicht van opvallend stemgedrag opgenomen.


als bewindspersoon (beleidsmatig)
  • Tijdens zijn ministerschap kwam in 1890 een overeenkomst tot stand tussen de Maatschappij tot Exploitatie van Staatsspoorwegen en de Hollandsche IJzeren-spoorwegmaatschappij. De wet tot goedkeuring van die overeenkomst bepaalde door welke maatschappij lijnen zouden worden geëxploiteerd.

als bewindspersoon (wetgeving) (2/5)
  • Bracht in 1891 samen met minister Ruijs van Beerenbroek de wet tot vaststelling van bepalingen betreffende 's Rijkswaterstaatswerken tot stand. Deze maakte door straffen te handhaven regels mogelijk ten aanzien van het varen op openbare wateren, het gebruik maken van o.a. veren, duikers, sluizen, bruggen en dammen, het gebruik maken van zeestranden, duinen, dijken en oevers en ten aanzien van baggeren en graven, alsmede het vissen van schelpdieren.
  • Bracht in 1891 de Wet tot regeling van de brievenposterij tot stand. Deze wet verving de Postwet uit 1850 en stelde onder andere nieuwe posttarieven vast voor het verzenden van brieven, gedrukte stukken en nieuwsbladen. Verder regelde de wet onder meer de mogelijkheid tot het laten aantekenen van poststukken en aansprakelijkheid voor schade.

U ziet een selectie van activiteiten. In de uitgebreide versie is het gehele overzicht van activiteiten in te zien.

8.

Wetenswaardigheden

algemeen
  • In Tilburg was hij onder meer belast met plannen voor de riolering in 1869. Hij was voorts belast met de scheepvaartverbinding Vecht-Eem in 1873, de drinkwaterleiding in Utrecht (1875), de bevaarmaking van de Regge (1876), de kanalisatie van de Leij (1876), bouwsluizen in Soestdijk (1877) en een ontwerp voor een algemeen net van tramwegen (1878).
  • Kreeg in 1875 de leiding van grondboringen in het zuidelijk deel van de Zuiderzee, ter voorbereiding van mogelijke inpoldering
  • Werd in 1901 door Kuyper aangezocht als minister van een nieuw in te stellen ministerie van Landbouw. Daarmee had de taak van Kuyper als minister van Binnenlandse Zaken ontlast moeten worden. Zijn dokter raadde Havelaar echter een ministerschap af, waarna Landbouw werd overgeheveld naar Waterstaat, Handel en Nijverheid.

uit de privésfeer
Zijn vader was koopman, landeigenaar en wethouder van Rheden (1851-1860)

verkiezingen
  • Versloeg in 1891 bij tussentijdse verkiezingen Ph. van der Breggen (lib.)

niet-aanvaarde politieke functies
  • minister van Landbouw, juli 1901 (geweigerd)

9.

Familie/gezin

In de uitgebreide versie zijn, indien bekend, de familierelaties opgenomen.

10.

Uitgebreide versie

In het digitale biografisch archief van PDC, partner van het Montesquieu Instituut, is een uitgebreide versie van deze pagina aanwezig met bijvoorbeeld partijpolitieke functies, maatschappelijke nevenfuncties, opleiding en wetenswaardigheden. Laat het ons weten als u daar belangstelling voor heeft.


Op bovenstaande tekst en gegevens zijn auteursrechten van PDC van toepassing; overname, in welke vorm dan ook, is zonder expliciete goedkeuring niet toegestaan. Ook de afbeeldingen zijn niet rechtenvrij.

De biografieën betreffen vooral de periode waarin iemand politiek en bestuurlijk actief is of was. PDC ontvangt graag gemotiveerde aanvullingen of correcties.