Amsterdamse timmerman, die vanaf 1946 één van de voornaamste communistische leiders was. Was tijdens de bezetting actief in het verzet. Voorzitter van de CPN-fracties in Tweede Kamer en gemeenteraad van Amsterdam. Als Kamerlid een fel debater, die het de Kamervoorzitter vaak lastig maakte. Verliet in 1958 na een conflict met Paul de Groot over de positie van de Eenheids Vakcentrale (EVC) samen met Wagenaar en twee anderen de communistische fractie en deed zonder succes mee aan de Kamerverkiezingen van 1959. Nadien lid van de PSP, voor welke partij hij - tot onvrede van de CPN - vanaf 1969 nog twee jaar Kamerlid was. Vader van Wouter Gortzak, het latere PvdA-Kamerlid.