Mr. W. baron van Goltstein van Oldenaller

foto Mr. W. baron van Goltstein van Oldenaller
bron: Collectie-Van Eck (Nationaal Archief)

Negentiende-eeuws gematigd conservatief politicus. Was lange tijd particulier secretaris van de minister van Buitenlandse Zaken en daarna Tweede en Eerste Kamerlid. Minister van Koloniën in het kabinet-Van Lynden van Sandenburg. Goed administrateur, zeer belezen en ontwikkeld, maar slecht spreker. Trad in 1882 af als minister na een zeer kritisch rapport uit de Tweede Kamer over zijn grondbeleid in Indië. Later gezant in Londen en voorzitter van de Raad van Voogdij over de jonge koningin Wilhelmina.

conservatief
in de periode 1864-1882: lid Tweede Kamer, lid Eerste Kamer, minister

Inhoudsopgave van deze pagina:


1.

Voornaam

Willem

2.

Personalia

geboorteplaats en -datum
Hamburg (Dld.), 13 mei 1831

overlijdensplaats en -datum
Putten, 9 september 1901 (ten gevolge van ongeluk)

3.

Partij/stroming

stroming(en)
conservatief

4.

Hoofdfuncties/beroepen (8/12)

  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 19 september 1864 tot 1 oktober 1866 (voor het kiesdistrict Hoorn)
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 19 november 1866 tot 3 januari 1868 (voor het kiesdistrict Hoorn)
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 25 februari 1868 tot 17 september 1871 (voor het kiesdistrict Hoorn)
  • lid Eerste Kamer der Staten-Generaal, van 4 april 1872 tot 27 augustus 1874 (voor de provincie Utrecht)
  • minister van Koloniën, van 27 augustus 1874 tot 11 september 1876
  • minister van Koloniën, van 20 augustus 1879 tot 1 september 1882
  • voorzitter Raad van Voogdij over koningin Wilhelmina, van augustus 1893 tot 31 augustus 1898 (benoemd 4 augustus 1893)
  • buitengewoon gezant en gevolmachtigd minister te Londen, van 6 december 1893 tot december 1899

U ziet een selectie van de loopbaan. In de uitgebreide versie is de gehele loopbaan in te zien.

5.

Nevenfuncties (2/6)

  • voorzitter hoofdbestuur Nederlandsche Maatschappij voor Tuinbouw en Plantkunde, omstreeks 1889 en nog in 1893
  • lid bestuur Koninklijk Nederlandsch Aardrijkskundig Genootschap, omstreeks 1890

afgeleide functies, presidia etc.
lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van februari 1869 tot april 1869

comités van aanbeveling, erefuncties etc.
  • erevoorzitter Maatschappij tot Bevordering van natuurkundig onderzoek der Nederlandse Koloniën, vanaf 1890
  • erelid Nederlandsche Maatschappij voor Tuinbouw en Plantkunde, omstreeks 1891

U ziet een selectie van de nevenfuncties. In de uitgebreide versie is een overzicht van nevenfuncties in te zien.

6.

Opleiding

In de uitgebreide versie is een overzicht van de opleiding(en) opgenomen.

7.

Activiteiten

als parlementariër (2/5)
  • Behoorde in 1867 tot de vier conservatieven die tegen een amendement-Fransen van de Putte op de Indische erfpachtwet stemden. Aanneming van het amendement leidde tot het aftreden van minister Trakranen.
  • Stemde op 23 maart 1868 tegen de motie-Blussé van Oud-Alblas, die uitsprak dat de Kamerontbinding van 1867 niet in het landsbelang was geweest

In de uitgebreide versie is een overzicht van opvallend stemgedrag opgenomen.


als bewindspersoon
  • Benoemde in 1875 J.W. van Lansberge tot Gouverneur-Generaal van Nederlands-Indië
  • Benoemde in 1881 F. s'Jacob tot Gouverneur-Generaal van Nederlands-Indië

8.

Wetenswaardigheden

algemeen (3/4)
  • Trad in 1876 tegelijk met minister Klerck van Oorlog af na verwerping van een deel van de wijziging van de Militiewet door de Tweede Kamer
  • Trad in 1882 af als minister nadat de meerderheid van de Tweede Kamer zich op 4 mei 1882 met 42 tegen 36 stemmen achter een afkeurend oordeel van de commissie van rapporteurs over de Indische begroting had gesteld. Die afkeuring was met name het gevolg van kritiek op Van Goltsteins beleid ten aanzien van de conversie van gemeenschapsland in privébezit. De regering werd verweten de inlandse bevolking tegen te werken bij de omzetting van communale gronden in privégronden.
  • Het rapport van de (meerderheid van de) commissie van rapporteurs werd door hem omschreven als: "zoo vijandig van strekking en zoo scherp van toon als ooit een stuk de griffie der Kamer verliet". Kamervoorzitter Van Rees, medeopsteller van het rapport, verliet zijn voorzitterstoel om deel te nemen aan het debat.

uit de privésfeer
  • Zijn moeder overleed in 1833
  • Studiegenoot van E.L. baron van Hardenbroek, A. van Naamen van Eemnes en W.J. Roijaards van den Ham

verkiezingen (3/10)
  • Werd in 1877 in het district Tiel verslagen door H.J. Dijckmeester (lib.) en in het district Amersfoort door Æ baron Mackay (a.r.)
  • Werd in 1879 in het district Amersfoort verslagen door jhr. M.M. van Asch van Wijck (a.r.)
  • Werd in 1888 bij de Tweede Kamerverkiezingen in het district Wijk bij Duurstede na herstemming verslagen door H.J.A.M. Schaepman (rk)

niet-aanvaarde politieke functies
  • Nam in 1874 een benoeming tot lid van de Tweede Kamer voor Amersfoort niet aan in verband met zijn benoeming tot minister

U ziet een selectie van wetenswaardigheden. In de uitgebreide versie is een overzicht van wetenswaardigheden opgenomen.

9.

Familie/gezin

In de uitgebreide versie zijn, indien bekend, de familierelaties opgenomen.

10.

Uitgebreide versie

In het digitale biografisch archief van PDC, partner van het Montesquieu Instituut, is een uitgebreide versie van deze pagina aanwezig met bijvoorbeeld partijpolitieke functies, maatschappelijke nevenfuncties, opleiding en wetenswaardigheden. Laat het ons weten als u daar belangstelling voor heeft.


Op bovenstaande tekst en gegevens zijn auteursrechten van PDC van toepassing; overname, in welke vorm dan ook, is zonder expliciete goedkeuring niet toegestaan. Ook de afbeeldingen zijn niet rechtenvrij.

De biografieën betreffen vooral de periode waarin iemand politiek en bestuurlijk actief is of was. PDC ontvangt graag gemotiveerde aanvullingen of correcties.