In de periode 1949-1961 de voornaamste defensie-woordvoerder van de KVP in de Tweede Kamer. Was luitenant-kolonel der artillerie en hoofd algemeen onderwijs aan de Koninklijke Militaire Academie, nadat hij daarvoor onder meer inlichtingenwerk op Curaçao had gedaan en officier was geweest bij de kustbewaking. Was ook actief in het NAVO-parlement en de parlementaire vergadering van de West-Europese Unie. Krachtig pleitbezorger van Europese samenwerking op defensiegebied. Na zijn Kamerlidmaatschap lid van de Raad van State.