Uit de Achterhoek afkomstige zoon van een predikant die zijn sporen vooral verdiende als provinciebestuurder, maar die tevens Kamerlid was. Was als ambtenaar werkzaam bij onder meer de Raad van State en het ministerie van Economische Zaken, en werd in 1933 Tweede Kamerlid voor de ARP. Hij bleef dat tot 1946, in welk jaar hij niet werd herkozen. Vanaf 1950 zestien jaar gedeputeerde van Zuid-Holland. Die functie combineerde hij één jaar met het lidmaatschap van de Eerste Kamer.