Liberale senator uit een vooraanstaande Tielse familie. Broer van een Tweede Kamerlid en kleinzoon van een lid van de Notabelenvergadering die in 1814 besliste over de Grondwet. Was in Tiel advocaat, maar werd later elders griffier van het kantongerecht. Toen hij die functie in Deventer bekleedde tevens raadslid en Statenlid, en in 1900 door zijn mede-Statenleden tot Eerste Kamerlid gekozen.