Thorbeckiaan, liberaal
functie(s) in de periode 1850-1887: lid Tweede Kamer, minister
Personalia
voornamen (roepnaam)
Pieter
titulatuur en naam
Mr. P. Blussé van Oud-Alblas Pieter
geboorteplaats en -datum
Dordrecht, 11 maart 1812
overlijdensplaats en -datum
's-Gravenhage, 19 mei 1887
begraafplaats en -datum
Dordrecht, 24 mei 1887
levensbeschouwing
Waals Hervormd
Partij/stroming
stroming(en)
liberaal (Thorbeckiaan)
Hoofdfuncties/beroepen
- firmant, clipper-rederij "Gebroeders Blussé" te Dordrecht, van 1835 tot 1848
- hoofdredacteur "Dordrechtsche Courant", van 1835 tot 1850
- mede-eigenaar, clipper-rederij firma "Gebroeders Blussé" te Dordrecht, van 1848 tot 1887
- lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 7 oktober 1850 tot 26 april 1853 (voor het kiesdistrict Dordrecht)
- lid gemeenteraad van Dordrecht, van 17 oktober 1851 tot januari 1871
- lid Provinciale Staten van Zuid-Holland, van 21 februari 1854 tot september 1860 (voor het kiesdistrict Dordrecht)
- lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 15 september 1860 tot 1 oktober 1866 (voor het kiesdistrict Dordrecht)
- lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 25 februari 1868 tot 3 januari 1871 (voor het kiesdistrict Dordrecht)
- minister van Financiën, van 4 januari 1871 tot 6 juli 1872
- lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 17 september 1872 tot 11 oktober 1884 (voor het kiesdistrict Deventer)
- lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 17 november 1884 tot 18 mei 1886 (voor het kiesdistrict Deventer)
- lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 14 juli 1886 tot 19 mei 1887 (voor het kiesdistrict Deventer)
Nevenfuncties
- lid bestuur Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot Aanmoediging van de Tuinbouw
- vicepresident Kamer van Koophandel te Dordrecht
- commissaris Koninklijke Nederlandsche Yachtclub te Dordrecht
afgeleide functies, presidia etc.
- lid parlementaire enquêtecommissie zoutaccijns (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van 22 november 1852 tot 26 april 1853
- lid parlementaire enquêtecommissie toestand van de zeemacht (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van 17 december 1861 tot 31 oktober 1862
- lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van mei 1863 tot september 1863
- lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van september 1866 tot oktober 1866
- lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van april 1868 tot september 1868
- lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van mei 1870 tot september 1870
- lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van september 1870 tot december 1870
- lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van september 1872 tot november 1872
- voorzitter Commissie van Rapporteurs voor de hoofdstukken I en II (Huis des Konings en Hoge Colleges van Staat) 1874 (Tweede Kamer der Staten-Generaal)
- lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van november 1873 tot mei 1874
- lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van augustus 1874 tot november 1874
- voorzitter Commissie van Rapporteurs voor hoofdstuk VIIb (Financiën) 1875 (Tweede Kamer der Staten-Generaal)
- lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van september 1875 tot november 1875
- lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van mei 1876 tot september 1876
- voorzitter Commissie van Rapporteurs voor de hoofdstukken I, II etc. en de Wet op de Middelen 1877 (Tweede Kamer der Staten-Generaal)
- voorzitter Commissie van Rapporteurs voor hoofdstuk VIIb (Financiën) 1878 (Tweede Kamer der Staten-Generaal)
- lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van mei 1878 tot november 1878
- lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van januari 1879 tot mei 1879
- voorzitter Commissie van Rapporteurs voor hoofdstuk VIIb (Financiën) 1880 (Tweede Kamer der Staten-Generaal)
- lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van april 1880 tot september 1880
- voorzitter Commissie van Rapporteurs voor de hoofdstukken I, II etc. en de Wet op de Middelen (Tweede Kamer der Staten-Generaal) (voor 1881 en 1882)
- lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van november 1880 tot maart 1881
- lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van november 1881 tot januari 1882
- lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van juni 1882 tot november 1882
- lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van februari 1883 tot september 1883
- lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van mei 1885 tot september 1885
- voorzitter Commissie van Rapporteurs voor de hoofdstukken I, II etc. en de Wet op de Middelen 1886 (Tweede Kamer der Staten-Generaal)
- lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van november 1885 tot februari 1886
- lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van september 1886 tot november 1886
- lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van februari 1887 tot mei 1887
Opleiding
voortgezet onderwijs
- Latijnse school te Dordrecht
academische studie
- rechtenstudie, Universiteit te Luik, van 1829 tot 1830
- Romeins en hedendaags recht (gepromoveerd op dissertatie), Hogeschool te Leiden, van 15 september 1830 tot 1 april 1835
Activiteiten
als parlementariër
- Sprak in de Tweede Kamer vooral over financiële en economische onderwerpen (handel, waterstaat, spoorwegen)
- Stemde in 1862 tegen het wetsvoorstel tot afschaffing van de slavernij op de Antillen
- Interpelleerde op 27 februari 1866 minister Fransen van de Putte over de vorming van het nieuwe kabinet
- In een door hem tijdens de interpellatie-Thorbecke ingediende motie werd op 23 maart 1868 de tweede opeenvolgende ontbinding van de Tweede Kamer afgekeurd. De motie werd met 39 tegen 34 stemmen aangenomen.
- Interpelleerde in 1873 minister Fransen van de Putte over het zenden van een regeringscommissaris naar Atjeh
- Behoorde in 1879 tot de 14 liberalen die zorgden voor verwerping van artikel 1 van de ontwerp-Kanalenwet. Die uitslag was voor minister Tak van Poortvliet reden het wetsvoorstel in te trekken en was de inleiding van de val van het kabinet-Kappeyne.
- Leidde in 1886 als oudste lid in jaren de eerste vergadering van de Tweede Kamer na opening van de nieuwe zittingsperiode
als bewindspersoon (beleidsmatig)
- Verminderde in 1871 de staatsschuld met f 10 miljoen. Hierop kwam kritiek van de vooruitstrevende liberalen, omdat de staatsfinanciën er goed voor stonden en zij liever investeringen in openbare werken hadden gezien. Onder de 25 leden die tegen de amortisatiewet stemden waren onder anderen Van Houten, Kappeyne van de Coppello en Fransen van de Putte.
- In 1872 verwierp de Tweede Kamer met 51 tegen 27 stemmen artikel 1 van het wetsvoorstel om een inkomensbelasting in te voeren. Dit voorstel behelsde opheffing van de patentbelasting en van de accijns op zeep en het geslacht en invoering van een inkomstenbelasting. Er moesten 21 belastingklassen komen; inkomsten onder f 500 zouden belastingvrij zijn. De verwerping was reden het wetsvoorstel in te trekken.
Wetenswaardigheden
uit de privésfeer
- Zijn vader was lid van de stedelijke raad van Dordrecht
verkiezingen
- Versloeg in 1850 in het district Dordrecht A. Vogelsang na herstemming
- Werd in 1853 verslagen door de conservatieve kandidaten P.A. Sander en J.D. van der Poel
- Werd in 1854 na herstemming verslagen door P.A. Sander (cons.)
- Werd in 1856 na herstemming verslagen door J.D. van der Poel (cons.)
- Werd in februari 1860 bij een tussentijdse verkiezing na herstemming verslagen door G.A. de Raadt (lib.)
- Versloeg in 1864 bij de periodieke verkiezingen M. Bichon van IJsselmonde (a.r.) na herstemming
- Werd in november 1866 na herstemming verslagen door G.A. de Raadt (lib.) en M. Bichon van IJsselmonde (a.r.)
- Versloeg bij de algemene verkiezingen in 1868 in de eerste stemmingsronde de antirevolutionairen M. Bichon van IJsselmonde en G. Groen van Prinsterer
- Versloeg in 1869 jhr. J.W. van Loon (a.r.) en W. Wintgens (cons.)
- Versloeg in 1872 bij een tussentijdse verkiezing in het district Deventer A. baron Schimmelpenninck van der Oye (a.r.) en W.A.A.J. baron Schimmelpenninck van der Oye (cons.)
- Versloeg in 1875 J.W. Gefken (a.r.)
- Versloeg in 1879 en 1883 A.Ph.R.C. baron van der Borch van Verwolde (a.r.)
- Werd in 1884 en 1886 in de eerste ronde gekozen door onder anderen A. baron Schimmelpenninck van der Oye (a.r.) te verslaan
woonplaats(en)/adres(sen)
- Dordrecht, van 1835 tot 1870
- 's-Gravenhage, vanaf 1870
ridderorden
Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw, 6 juli 1872
bezit van heerlijkheden
Publicaties van/over
lijst van publicaties
"Spec. Hist.-polit. continens historiam novarum legum de mercatuscommercio externo et navigatione, ab anno 1822 in britannia latarum" (dissertatie, 1835)
literatuur/documentatie
- Sagittarius, "Parlementaire Portretten. De aftredende helft van de Tweede Kamer der Staten-Generaal" (1869)
- Lavater jr., "Politieke Photografien van de aftredende leden der Tweede Kamer" (1879)
- Sander van Bladel, "Pieter Blussé van Oud-Alblas", in: Dordts Biografisch Woordenboek (digitaal), 2021
- Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek, deel IV, 169
- Ned. Patriciaat, 1923
Biografisch Woordenboek(en)
biografie opgenomen in het Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek
archivalia via site Nationaal Archief
vindplaatsen en beschrijvingen verzameld door het Nationaal Archief
Familie/gezin
huwelijk/samenlevingsvorm
gehuwd te Gorinchem, 15 juli 1840
echtgeno(o)t(e)/partner
P.H. Holle, Pauline Henriëtte
kinderen
2 dochters en 1 zoon (en 1 jong-gestorven kind)
vader
A. Blussé van Oud-Alblas, Adolph
geboorteplaats en/of -datum
Dordrecht, 18 maart 1779
beroep vader
- drukker (lid van de firma "Blussé en Co.")
- redacteur-uitgever van de Dordrechtse Courant
moeder
J. Holle, Jacoba
geboorteplaats en/of -datum
Oostkapelle, 28 september 1787
beroep grootvader (vaderskant)
- drukker en uitgever (lid firma Abraham Blussé en Zn.)
- redacteur-uitgever Dordrechtsche Courant
beroep grootvader (moederskant)
- brouwer te Oostkapelle, 1782
- schout en secretaris van Oostkapelle
- burgemeester van Oostkapelle
familierelaties