Voormalige doopsgezinde predikant uit Groningen, die in 1851 tussentijds in de Tweede Kamer kwam en daar een gewaardeerd gematigd liberaal lid was, met deskundigheid op het gebied van onderwijs en armenzorg. Voerde bij uiteenlopende onderwerpen het woord en pleitte onder meer voor een liberalere koloniale politiek en voor afschaffing van de slavernij. Publiceerde veel over geschiedenis en onderwijs en was lid van diverse genootschappen op het gebied van letteren en geschiedenis. Werd in 1859 onderwijsinspecteur. Exponent van de gematigde verlichte liberalen, met oog voor sociale noden.