Jhr.Mr.dr. E.A. van Beresteyn

E.A. van Beresteyn
bron: Beeldbank Nationaal Archief

Actieve vrijzinnig-democraat met grote verdiensten op cultureel gebied. Had echter meer belangstelling voor het verleden dan voor de toekomst en kwam daardoor op den duur in conservatief vaarwater terecht. Was burgemeester van Veendam en werd in 1916 Tweede Kamerlid voor Winschoten. Hield zich vooral met crisisaangelegenheden (distributie) bezig. Had een uitermate slechte verstandhouding met Marchant, zeker nadat hij in 1918 (mede) de schuld kreeg van het niet verkiezen van Aletta Jacobs. Stapte na een conflict over de kandidaatstelling in 1922 uit de VDB-Kamerfractie. Botste als raadslid van Den Haag heftig met SDAP-wethouder Drees over de erfpacht. Pionier op gebied van genealogie.

VDB, fractie-Van Beresteyn (ex-VDB), groep-Van Beresteyn/Teenstra (ex-VDB)
functie(s) in de periode 1916-1922: lid Tweede Kamer

Inhoud

  1. Personalia
  2. Partij/stroming
  3. Hoofdfuncties/beroepen
  4. Partijpolitieke functies
  5. Nevenfuncties
  6. Opleiding
  7. Activiteiten
  8. Wetenswaardigheden
  9. Publicaties van/over
  10. Familie/gezin

Personalia

voornamen (roepnaam)

Eltjo Aldegondus

titulatuur en naam

Jhr.Mr.dr. E.A. van Beresteyn Eltjo Aldegondus

opmerkingen over de naam en/of titel

Achternaam oorspronkelijk "Van Beresteijn"

geboorteplaats en -datum

Haarlem, 2 april 1876

overlijdensplaats en -datum

's-Gravenhage, 15 september 1948

levensbeschouwing

Hervormd: vrijzinnig

Partij/stroming

partij(en)

  • VDB (Vrijzinnig-Democratische Bond), tot maart 1922
  • Comité voor de Verkiezing van Onafhankelijke Kamerleden (Comité-Van Beresteyn), 1922
  • Liberale Staatspartij "De Vrijheidsbond", vanaf 1924

lid tussentijds gevormde fractie(s)

fractie-Teenstra/Van Beresteyn (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van 8 februari 1922 tot 24 juli 1922 (was op 4 januari 1922 al uit de VDB-fractie gezet)

Hoofdfuncties/beroepen

  • tijdelijk leraar staatswetenschappen, Rijks Hoogere Burgerschool te Amersfoort, van 1902 tot september 1904
  • leraar staatswetenschappen, "Eerste Hoogere Burgerschool voor jongens" te Amsterdam, tot februari 1905
  • leraar staatswetenschappen, Rijks Hoogere Burgerschool te Utrecht, van 1904 tot 1906
  • privaatdocent staatkundige geschiedenis van Nederland (met name in de 19e eeuw), Rijksuniversiteit Utrecht, van oktober 1906 tot 1 maart 1909
  • chef derde afdeling (rang: hoofdcommies), Provinciale Griffie te Groningen, van 1 maart 1909 tot 1 november 1910
  • burgemeester van Veendam, van 1 november 1910 tot 28 juni 1916 (benoemd bij K.B. van 18 oktober)
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 28 juni 1916 tot 24 juli 1922 (in 1916-1918 voor het kiesdistrict Winschoten)
  • ambteloos, van juni 1922 tot september 1927
  • lid gemeenteraad van 's-Gravenhage, van 6 september 1927 tot 5 september 1939
  • directeur N.V. "Vierhouter Bosch", vanaf 1939
  • directeur Centraal Bureau voor Genealogie te 's-Gravenhage, van 27 mei 1945 tot 15 september 1948 (tevens oprichter)
  • raadadviseur ministerie van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen, van 1945 tot 1 mei 1946 (met name voor monumentenzorg)

Partijpolitieke functies

overzicht

  • voorzitter kiesrechtcommissie, "De Vrijheidsbond", van 1927 tot 1928
  • lid commissie onderzoek verkiezingsnederlaag, "De Vrijheidsbond", 1929
  • fractievoorzitter Liberalen Gemeenteraad van 's-Gravenhage, van juni 1933 tot september 1939

Nevenfuncties

  • secretaris bestuur openbare leeszaal en bibliotheek te Utrecht, van 1905 tot 1909
  • lid bestuur VNG (Vereeniging van Nederlandsche Gemeenten), van 1912 tot 1916
  • voorzitter bestuur Centrale van Openbare Leeszalen en Bibliotheken, van 1914 tot 1948 (tevens oprichter in 1908)
  • lid Rijkscommissie van Advies voor het Bibliotheekwezen
  • lid Staatscommissie inzake de rechtstoestand van de ambtenaar (Staatscommissie-Dresselhuys), van 21 mei 1917 tot april 1919
  • voorzitter Nederlandsch Centraal Filmarchief, van 1919 tot 1932 (voorloper van het Nederlandsche Filmmuseum)
  • algemeen voorzitter Maatschappij tot bevordering van toonkunst, vanaf 1920
  • voorzitter Nederlandsche vereeniging tegen water-, bodem- en luchtverontreiniging
  • lid Staatscommissies inzake de elektriciteitsvoorziening (Staatscommissie-Van Lynden van Sandenburg), van mei 1921 tot mei 1925
  • voorzitter woningbouwvereeniging "Daal en Berg" te 's-Gravenhage, vanaf 1923 (o.a. bouw aan de Laan van Meerdervoort)
  • voorzitter glasramencommissie Nieuwe Kerk te Delft, omstreeks 1923 (bij restauratie van de kerk)
  • voorzitter Rijkscommissie voor Monumentenzorg, vanaf 1927
  • lid bestuur openbare leeszaal en bibliotheek te 's-Gravenhage, vanaf 1927
  • lid Centrale Commissie voor de Statistiek, omstreeks 1928
  • tijdelijk directeur Nederlandsche Opera en Nationale Opera
  • lid bestuur Residentie-orkest te 's-Gravenhage, vanaf 1935
  • beheerder iconografische verzameling Centraal Bureau voor Genealogie en Heraldiek te 's-Gravenhage (tevens stichter)
  • voorzitter Nederlandsche Oudheidkundige Bond, van 1937 tot 1940
  • voorzitter Vereeniging van boscheigenaren (oprichter)
  • beheerder Ikonografische afdeling van het Rijksbureau van Ikonografische Documentatie
  • commissaris Maatschappij van Weldadigheid, omstreeks 1938
  • lid bestuur Nederlandse Bach-vereniging, van mei 1948 tot 15 september 1948
  • lid commissie inzake herziening van de Boswet, van juni 1948 tot 15 september 1948

afgeleide functies, presidia etc.

  • voorzitter begrotingscommissie voor hoofdstuk V (Binnenlandse Zaken) 1918 (Tweede Kamer der Staten-Generaal)
  • voorzitter begrotingscommissie voor hoofdstuk Va (Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen) 1920 (Tweede Kamer der Staten-Generaal)
  • voorzitter begrotingscommissie voor hoofdstuk V (Binnenlandse Zaken) 1922 (Tweede Kamer der Staten-Generaal)

Opleiding

voortgezet onderwijs

  • gymnasium te Utrecht

academische studie

  • rechtswetenschap (gepromoveerd op stellingen), Rijksuniversiteit Utrecht, van 1895 tot 13 december 1899
  • staatswetenschap (gepromoveerd op dissertatie), Rijksuniversiteit Utrecht, tot 14 mei 1903

Activiteiten

als parlementariër

  • Hield zich als Kamerlid onder meer bezig met handel, distributie, verkeer en binnenlandse zaken
  • Interpelleerde in 1918 de ministers Posthuma en Treub over de levensmiddelenvoorziening. Pleitte voor rechtstreekse parlementaire controle op alle regeringsmaatregelen, met name ten aanzien van de distributie. Keerde zich tegen het beleid van minister Posthuma, maar zag vanwege de internationale toestand af van een motie van wantrouwen.
  • Een door hem in 1921 ingediende (en aangenomen) motie leidde tot intrekking door minister König van het wetsontwerp inzake de electriciteitsvoorziening
  • Diende in 1921 samen met de fractievoorzitters van de grote fracties een initiatiefvoorstel in om de taak van de Crisis-enquêtecommissie niet op 1 januari 1922, maar pas op 1 juni 1923 te laten vervallen; dit voorstel werd in 1921 wet.

opvallend stemgedrag

  • Stemde in 1921 als enige van de VDB-fractie tegen een herziening van de Kieswet (onder andere regeling restzetelverdeling)

Wetenswaardigheden

algemeen

  • Hij nam het initiatief tot overleg tussen burgemeesters in de provincie Groningen over de levensmiddelendistributie in de Eerste Wereldoorlog
  • Voerde in 1918 een nogal persoonlijke campagne, waardoor hij met voorkeurstemmen werd gekozen ten koste van onder anderen J. Limburg en Aletta Jacobs. Had daarna een moeizame relatie met fractievoorzitter Marchant en de meeste fractieleden.
  • Verliet op 4 januari 1922 de VDB-fractie uit onvrede over de leiding van fractievoorzitter Marchant. Op 21 december 1921 had Marchant hem gemaand terug te komen van zijn besluit om zich als spreker in te schrijven voor de algemene beschouwingen. Als hij dat niet deed, zou hij uit de fractie worden gezet. Van Beresteyn gaf daaraan geen gehoor. Achterliggende oorzaak was de kandidaatstelling voor de verkiezingen van 1922.
  • Trad in maart 1922 uit de Vrijzinnig-Democratische Bond en richtte toen een Comité tot verkiezing van Onafhankelijke Kamerleden op, dat echter geen succes had.
  • Als lid van de gemeenteraad van 's-Gravenhage hield hij zich vooral bezig met woningbouw en cultuurbeleid
  • Zijn motie in de Haagse gemeenteraad tegen een erfpachtregeling van wethouder Drees leidde in 1931 tot een wethouderscrisis
  • Hij was betrokken bij de bouw van het gemeentemuseum en het raadhuis en bij het beleid van het residentie-orkest

uit de privésfeer

  • Als privaat-docent gaf hij colleges over het financiële beleid van Koning Willem I op grond van een uitvoerig archiefonderzoek
  • Hij stimuleerde de oprichting van openbare bibliotheken (1907), richtte een openbare leeszaal in Amersfoort en Utrecht op en stond een centrale overkoepeling van leeszalen voor (1908)
  • Oprichter van de N.V. stoomtram Oostelijk Groningen, die Veendam met Assen, Heiligerlee en Zuidlaren moest verbinden (1912)
  • Hij streefde naar een samenwerkingsverband van Nederlandse gemeenten met behoud van plaatselijke zelfstandigheid
  • Hij was voorstander van gerichte monumentenzorg door de overheid en had invloed op de restauratie van monumenten na de wereldoorlog 1940-1945
  • Hij werkte mee aan de totstandkoming van een leerstoel in muziektheorie en -geschiedenis aan de universiteit van Utrecht
  • In 1930 oprichter van de stichting "Nederland's patriciaat"
  • Het Vierhouter bos, dat afkomstig was van zijn schoonvader, was in 1944 een plaats voor wapendroppings en onderduikers
  • Overleed ten gevolgde van een verkeersongeval

anekdotes en citaten

  • Had grote behoefte aan decorum en hulde zich graag in het ambtskostuum van burgemeester. Zijn ambtscostuum is in 1966 door een van zijn dochters geschonken aan het Veenkoloniaal Museum te Veendam.

verkiezingen

  • Versloeg in 1916 bij een tussentijdse verkiezing in het district Winschoten R. Stenhuis (sdap)
  • Werd in 1917 bij enkelvoudige kandidaatstelling gekozen
  • Werd in 1918 met voorkeurstemmen gekozen. Kreeg als nummer vijf op de VDB-kandidatenlijst in de kieskringen in de westelijke provincies circa 5600 stemmen.

niet-aanvaarde politieke functies

  • burgemeester van Batavia
  • Gouverneur van Suriname

woonplaats(en)/adres(sen)

  • Utrecht, tot november 1900
  • 's-Gravenhage, Kanaalweg, van november 1900 tot september 1902
  • Amersfoort, van september 1902 tot 1910
  • Veendam (Gr.), van 1910 tot juli 1916
  • 's-Gravenhage, Van Stolkweg 31, vanaf juli 1916 (nog in 1938)

ridderorden

  • Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw, 30 augustus 1927
  • Commandeur in de Orde van Oranje-Nassau, 2 april 1946

verenigingen, sociëteiten, genootschappen etc.

directeur Hollandsche Maatschappij der Wetenschappen te Haarlem

Publicaties van/over

lijst van publicaties

  • "Arbeidsreglementen" (dissertatie, 1903)
  • "Waarom ik de vrijzinnig-democratische kamerfractie verliet?" (1922)
  • Genealogisch repertorium (1933)
  • Genealogie van het geslacht van Beresteyn, 's-Gravenhage, 1941-1954 (2 delen, met W.F. Del Campo Hartman)

literatuur/documentatie

  • J.A.A. Bervoets, "Beresteijn, jhr. Eeltjo Aldegondus van (1876-1948)", in: Biografisch Woordenboek van Nederland, deel I, 38
  • Persoonlijkheden in het Koninkrijk der Nederlanden in woord en beeld (1938)
  • F. Netscher, "Karakterschets Jhr. Mr. E.A. van Beresteyn", Rotterdam, 1922 (Overdruk uit "Netscher's Revue", 1922, no. 3)
  • A.J. de Mare, "Jhr.mr.dr. E.A. van Beresteyn in zijn geschriften gezien: een bibliografie", (Leiden, 1949)

Biografisch Woordenboek(en)

biografie opgenomen in het Biografisch Woordenboek van Nederland

archivalia

archief-geslacht Van Beresteyn, Nationaal Archief

Familie/gezin

huwelijk/samenlevingsvorm

gehuwd te Arnhem, 4 oktober 1900

echtgeno(o)t(e)/partner

J.C. Frowein, Julia Carolina

kinderen

2 dochters

vader

Jhr. P.A. van Beresteyn, Paulus Anne

geboorteplaats en/of -datum

Veghel, 21 juni 1824

beroep vader

directeur van de Bataafsche zee- en brand-assurantiemaatschappijen

moeder

E.A. Gaymans, Eldine Aldegonda

geboorteplaats en/of -datum

Arnhem, 6 februari 1835

familierelaties