Vooraanstaande antirevolutionair en gereformeerd theoloog. Korte tijd predikant en daarna hoogleraar theologie, eerst in Kampen en vanaf 1903 aan de Vrije Universiteit. Kwam in 1911 voor Zuid-Holland in de Eerste Kamer. Verving tussen 1905 en 1907 Abraham Kuyper als voorzitter van het Centraal Comité van de ARP, hoewel hij zichzelf daarvoor minder geschikt achtte. Op verzoening gerichte man. Behoorde met onder andere Anema en Heemskerk in 1915 tot de opposanten tegen de leiding van Kuyper. Was een autoriteit op het gebied van de dogmatiek en schreef daarover een veelgelezen vierdelig standaardwerk.