Rooms-Katholieken, Bahlmanniaan ('Centrum')
functie(s) in de periode 1880-1898: lid Tweede Kamer
Personalia
voornamen (roepnaam)
Bernardus Marie
titulatuur en naam
Mr. B.M. Bahlmann Bernardus Marie
geboorteplaats en -datum
Groesbeek, 20 augustus 1848
overlijdensplaats en -datum
's-Gravenhage, 13 mei 1898
begraafplaats en -datum
Nijmegen, 18 mei 1898
levensbeschouwing
Rooms-Katholiek
Partij/stroming
stroming(en)
R.K. (Rooms-Katholieken) (conservatief)
Hoofdfuncties/beroepen
- handelaar in de manufacturen te Manchester, van 1867 tot 1872
- handelaar in de manufacturen te Nijmegen, van 1867 tot 1872
- advocaat en procureur te Rotterdam, van 1878 tot 1882
- lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 13 december 1880 tot 11 oktober 1884 (voor het kiesdistrict Tilburg)
- lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 17 november 1884 tot 18 mei 1886 (voor het kiesdistrict Tilburg)
- lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 14 juli 1886 tot 17 augustus 1887 (voor het kiesdistrict Tilburg)
- lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 19 september 1887 tot 27 maart 1888 (voor het kiesdistrict Tilburg)
- lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 1 mei 1888 tot 20 maart 1894 (voor het kiesdistrict Tilburg)
- lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 16 mei 1894 tot 13 mei 1898 (voor het kiesdistrict Tilburg)
Partijpolitieke functies
overzicht
- lid commissie vaststellen staatkundig program (Katholieken), van oktober 1896 tot november 1896
- voorzitter Katholieke Kiesvereeniging "De Grondwet" te Rotterdam
- voorzitter Noord-Zuidhollandse Bond van Roomsch-Katholieke kiesverenigingen, vanaf november 1887 (tegenhanger van de Algemene Bond van Dr. Schaepman)
- ondervoorzitter R.K.-Kamerclub, Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 29 november 1893 tot 13 mei 1898
Nevenfuncties
- voorzitter Raad van Commissarissen N.V. "De Courant 'De Maasbode'" te Rotterdam, van juni 1887 tot 1891
- lid bestuur Nederlandsche Vereeniging voor evenredige Vertegenwoordiging, van april 1898 tot mei 1898
afgeleide functies, presidia etc.
- lid parlementaire enquêtecommissie naar de toestand in fabrieken en werkplaatsen (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van oktober 1886 tot augustus 1887
- voorzitter Commissie van Rapporteurs voor hoofdstuk X (Koloniën) 1890 (Tweede Kamer der Staten-Generaal)
- lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van april 1893 tot september 1893
- lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van november 1897 tot mei 1898
Opleiding
voortgezet onderwijs
- gymnasium te Munster, van 1863 tot 1867
academische studie
- Romeins en hedendaags recht (gepromoveerd op stellingen), Hogeschool te Leiden, van 20 juni 1872 tot 28 februari 1878 (cum laude)
Activiteiten
als parlementariër
- Sprak in de Tweede Kamer over verschillende zaken, waaronder Indische aangelegenheden, buitenlandse zaken, justitie, accijnzen, nijverheid, arbeid en waterstaat
- Stemde in 1883 vóór de conclusie van een commissie van rapporteurs, waarin een de handelwijze van het Indische Gouvernement bij het afsluiten van een contract met de Bilitonmaatschappij werd veroordeeld. Aanneming van deze conclusie was voor minister De Brauw reden om af te treden.
- Interpelleerde in 1884 minister Heemskerk over de werkloosheid
- Diende in 1889 een initiatiefwetsvoorstel in over verlaging van de accijns en invoerrechten van zout. Dit voorstel werd in 1892 ingetrokken.
- Diende in 1889 een initiatiefwetsvoorstel in over een voorziening in de kwijnende toestand van de landbouw; dit voorstel werd eveneens in 1892 ingetrokken.
- Diende in 1896 een initiatiefwetsvoorstel in tot Wijziging van de Wet op de schutterijen uit 1827; dit voorstel verviel in mei 1898 door zijn overlijden.
opvallend stemgedrag
- Behoorde in 1883 tot de 12 leden die vóór een (verworpen) ordevoorstel stemden om aan te vangen met de behandeling van een wetsvoorstel over kiesrechtuitbreiding. Verwerping van het voorstel was (mede) reden voor de ontslagaanvrage van het kabinet-Van Lynden van Sandenburg.
- Was in 1887 één van de drie katholieken die tegen de additionele artikelen van de Grondwet stemden. Stemde ook tegen de meeste overige herzieningsvoorstellen.
- In 1888 stemden hij en A. van Dedem als enigen van de rechterzijde tegen het wetsvoorstel tot verlenging en wijziging van het octrooi van de Nederlandsche Bank
- Stemde in 1890 als enige van 'rechts' tegen het wetsvoorstel tot bekrachtiging van overeenkomsten met de Nederlandsche Rhijnspoorwegmaatschappij, de Maatschappij tot Exploitatie van Staatsspoorwegen en de Hollandsche IJzeren Spoorwegmaatschappij
- Behoorde in 1893 tot de vier katholieken die vóór het wetsontwerp-Belasting op bedrijfs- en andere inkomsten stemden
- Behoorde in 1896 tot de katholieke anti-Takkianen die tegen de ontwerp-Kieswet van Van Houten stemden
Wetenswaardigheden
algemeen
- In 1870 medeoprichter van het katholieke dagblad "De Maasbode"
- Kreeg in 1880 bij de kandidaatstelling de voorkeur boven de Tilburgers J.F. Jansen (burgemeester van Tilburg) en J.H.A. Diepen.
- Ondertekende voor de verkiezingen van 1891 met 13 andere conservatief-katholieke Tweede Kamerleden een manifest waarin onder meer stelling werd genomen tegen het verbond met de antirevolutionairen en werd gepleit voor lagere defensielasten. Verder werd aangedrongen op herstel van het gezantschap bij de paus.
- Toen hij het woord voerde over het wetsvoorstel inzake het afschaffen van het stelsel van plaatsvervanging bij de militie - waar hij was fel tegen was - werd hij door een beroerte getroffen, ten gevolge waarvan hij korte tijd later overleed. Nadat hij onwel was geworden, werd de vergadering verdaagd, en ontving hij van zijn medelid Mgr. Everts de absolutie. Deze bad samen met Mgr. Schaepman de gebeden der stervenden.
uit de privésfeer
- Werd geboren op het buitengoed "Gelderse Hof"
- Hij verloor al op jonge leeftijd zijn moeder
- Zijn broer was financier en contactpersoon tussen de Nederlandse en Duitse socialistische beweging
- Zijn zus was gehuwd met een broer van Ch.A.H. Barge, Tweede en Eerste Kamerlid
- Aan zijn graf sprak Schaepman, die in politiek opzicht zijn tegenstander was geweest
verkiezingen
- Versloeg in 1880 bij een tussentijdse verkiezing in het district Tilburg na herstemming J.H.A. Diepen. Werd in de jaren 1881-1888 steeds met grote meerderheid of zonder tegenkandidaten gekozen. Was in 1886, 1887 en 1888 ook kandidaat in het district Rotterdam.
- Werd in 1888 en 1891 zonder tegenkandidaten gekozen. Werd in 1888 in het district Elst na herstemming met zes stemmen verschil verslagen door G.W. baron van Dedem (arp).
- Versloeg in 1894 H.J.A.M. Schaepman (r.k.-Takkiaan)
- Versloeg in 1897 A.H.A. Arts (rk)
woonplaats(en)/adres(sen)
Nijmegen, omstreeks 1867 (nog in 1891)
ridderorden
Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw, 29 augustus 1894
Publicaties van/over
literatuur/documentatie
- N. Cramer, "Wandelingen door de Handelingen"
- "De Tijd", 16 mei 1898
- Onze Afgevaardigden, 1897
Familie/gezin
huwelijk/samenlevingsvorm
ongehuwd
vader
B.J.J.F. Bahlmann, Bernardus Johannes Josephus Franciscus
geboorteplaats en/of -datum
Dinklage (Duitsland), 12 september 1800
beroep vader
textielfabrikant en -handelaar
moeder
M.A.E. Biederlack, Maria Agnes Elisabeth
geboorteplaats en/of -datum
Amsterdam, 2 december 1811
familierelaties