Maastrichtse advocaat en wethouder, die als KVP-Tweede Kamerlid bekendheid kreeg door zijn motie over het omroepbeleid in 1964, die indirect de val van het kabinet-Marijnen tot gevolg had. Was zelf bestuurslid van de KRO en daarnaast lid van het fractiebestuur. Werd na zijn Kamerlidmaatschap burgemeester van Maastricht, de gemeente waar hij eerder raadslid en wethouder was. Zette zich als burgemeester onder meer in voor de vestiging van een universiteit en van een internationaal congrescentrum.