Twentse afgevaardigde voor de antirevolutionairen, die tot de vooruitstrevende vleugel van zijn partij behoorde. Voorstander van kiesrechtuitbreiding. Enige tijd voorzitter van de ARP-Kamerclub. Maakte deel uit van de enquêtecommissie naar de toestand in fabrieken en van de Staatscommissie inzake de arbeidsverzekeringen. Zijn kracht lag niet in de eerste plaats in het houden van openbare redevoeringen, maar meer in het werk in de afdelingen van de Kamer. De laatste jaren van zijn leven als oudste 'deken' van de Tweede Kamer. Beminnelijke, eenvoudige persoon, bescheiden in zijn optreden.