Droogte

‘Laten we ijsbergen uit de Noordpool naar de Britse rivieren slepen om ze daar te laten smelten.’ In het Verenigd Koninkrijk ontstond in de zomer van 1976 als gevolg van droogte en hitte bosbranden een zeldzaam nijpend zoetwatertekort – dit was in 250 jaar niet voorgekomen –, waarop de regering de bevolking opriep met ideeën te komen om water te bemachtigen. De wildste voorstellen kwamen ter tafel. Sommige gebieden hadden nog maar voor 70 dagen water. De regering-Callaghan kwam in spoedzitting bijeen om zich over de problemen te buigen.

Ook Nederland zuchtte onder de droogte, al waren de drinkwatervoorzieningen nog goed gevuld. De Kamercommissies van Landbouw en die van Verkeer en Waterstaat die in augustus 1976 terugkeerden van reces om met de verantwoordelijke leden van het kabinet-Den Uyl te overleggen over de ontstane situatie, concludeerden dat het land van oudsher gericht was op het afvoeren van water, niet op het invoeren ervan. 

De nieuwe techniek van beregening die in de land- en tuinbouw was geïntroduceerd, hielp wel wat, maar maakte het niettemin noodzakelijk na te denken over het beter vasthouden van water. Minister Tjerk Westerterp benadrukte dat Nederland er wat de watervoorraad betrof veel beter voorstond dan België of het Verenigd Koninkrijk. Van belang was daarbij wel dat er voldoende water via de Rijn binnenkwam en dat het schoon genoeg was. Dat laatste was zeker niet gegarandeerd: de Rijn stond bekend als ‘het grootste riool van Europa’. Het Zoutverdrag en het Verdrag inzake chemische verontreiniging waren op dat moment nog niet geratificeerd.1

Leger ingezet bij droogtebestrijding in langbouw, Mobile Colonne bij Harmelen aan het werk met pomp
Bron: Nationaal Archief / Hans Peters / Anefo

Toch zorgde de droogte ook hier voor problemen. Hier en daar werd het leger ingezet om te helpen met het beregenen van landbouwgronden. Vooral veeboeren op de Waddeneilanden maakten zich zorgen. Het gras voor hun koeien was verdord, waardoor zij het ruwvoer van elders moesten laten komen. De overtochten met de veerpont waren prijzig en kostten veel tijd. Minister van Landbouw Fons van der Stee vond het geen overheidstaak om schade ten gevolge van droogte voor alle boeren, tuinders en telers te vergoeden, dat was een bedrijfsrisico. Desalniettemin schoot hij de boeren op de Wadden te hulp door een deel van de transportkosten van veevoer door het Rijk te laten compenseren. Voor wie met zijn bedrijf als gevolg van de droogte in grote financiële nood was geraakt, kwam er een aanpassing van de Rijksgroepsregeling Zelfstandigen, die onder de bijstandswet viel.2

De droogte van 1976 bleef lang recordhouder in de weerstatistieken. De opeenvolgende droge zomers in de jaren 2018-2022 in Nederland en in 2021-2024 in grote delen van Zuid- en Midden-Europa lieten zien dat ernstige droogte en hitte een structureel karakter krijgt. Wat te doen? De frequentie en de intensiteit nopen tot maatregelen die aan incidentele bestrijding voorbijgaan. De Spaanse en Britse ministers van Buitenlandse Zaken kwamen onlangs met een gezamenlijke verklaring om de door hen benoemde ‘klimaatcrisis’ te bestrijden. De landen beschouwen de klimaatverandering als een wereldwijd probleem en willen het voortouw nemen in de bestrijding ervan. 

Internationale solidariteit, het naleven van het Verdrag van Parijs (2015) en het VN-Klimaatverdrag (1992), het ondersteunen en onderschrijven van het wetenschappelijke bewijs zoals geleverd door IPCC, de Intergouvernementele Werkgroep inzake Klimaatverandering zien zij daarbij als essentieel. Veel aandacht kreeg de verklaring niet, de oversteek van duizenden migranten vanuit Marokko naar Spaanse exclaves domineerde het nieuws.

Dat meer en ingrijpender maatregelen nodig zullen zijn om met de klimaatverandering om te gaan staat buiten kijf. Het idee van het ijsbergtransport naar Britse wateren werd overigens verworpen. Deskundigen rekenden voor dat het vervoer met sleepboten erg langzaam zou gaan: het zou drie jaar duren voordat een ijsberg naar een Engelse rivier was verplaatst.

Columns


1) De verdragen 001668 en 001669, die de bescherming van de Rijn tegen verontreiniging dienden, zouden op 3 december 1976 in Bonn worden getekend.
2) Kamerstukken II 1975/76, 14 057, nr. 1