Excuses voor 'fouten' in het verleden

In het algemeen heb ik mijn twijfels over het aanbieden van excuses voor misstanden uit het verleden. Die kunnen niettemin gepast zijn. Van belang is bijvoorbeeld of er nabestaanden zijn die indirect met dat verleden te maken hadden. Denk aan nakomelingen van slaafgemaakten. Verder is de schuldvraag bepalend. De vraag of aan Molukkers excuses moeten worden aangeboden voor bij hun opvang gemaakte fouten, ligt in dezelfde sfeer.
 
De onafhankelijkheidsstrijd in Indonesië was complexer dan zo op het eerste gezicht lijkt. Na de onafhankelijkheidsverklaring ontstond chaos en geweld. Er was bij velen de overtuiging dat onafhankelijkheid slechts geleidelijk mogelijk was - iets dat in 1942 was toegezegd - en de gedachte leefde dat Nederland nog niet zonder zijn bezittingen in Azië kon. Dat nam niet weg dat er - deels onder internationale druk - bereidheid was om tot nieuwe verhoudingen te komen, met een onafhankelijk Indonesië.
 
De komst van Nederlandse troepen mondde uit in gewapende strijd, soms onderbroken door bestanden. Weliswaar kwam er in 1946 een Akkoord van Linggadjati, maar over de 'uitleg' daarvan ontstond meteen verschil van inzicht. Nederland stuurde aan op een federatieve unie, Indonesië wilde een losser verband. Uiteindelijk kwam er in december 1949 een Nederlands-Indonesische Unie met Juliana als staatshoofd. Dat bleek al snel een papieren werkelijkheid.
 
De regering op Java stuurde aan op een eenheidstaat en schond het zelfbeschikkingsrecht van de deelstaten. De Zuid-Molukken riepen in april 1950 de onafhankelijkheid uit. In de deelstaat waaronder de Molukken vielen, was sprake van gewapende strijd tegen de centrale regering. De kern van de strijders werd gevormd door leden van het Koninklijke Nederlands-Indische leger (KNIL). Dat KNIL zou in 1950 worden ontmanteld en de leden dienden feitelijk op te gaan in het Indonesische leger. De Molukkers weigerden dat. Een deel van hen werd op Java geïnterneerd.1)
 
Vraag was toen: wat met hen te doen. Hun lot was allerminst zeker en terugkeer (met bewapening) naar de Molukken werd door de Indonesische regering afgewezen. De gedachte om hen naar het verder gelegen en onherbergzame Nieuw-Guinea over te brengen, was eveneens onhaalbaar. In een door in Nederland aanwezige Molukkers aangespannen proces werd afgedwongen dat Nederland de ex-KNIL-militairen niet in bezet gebied mocht laten demobiliseren. De enige optie was toen overkomst (met hun gezinnen) naar Nederland.
 
Ruim vijf jaar na de Bezetting was het ernstig verarmde Nederland nog bezig met herstel. Er was grote woningnood. De Molukkers werden opgevangen in leegstaande barakken (waar anders, zou je zeggen). Dat het ook om de voormalige kampen Westerbork (omgedoopt tot Schattenberg) en Vught ging, was pijnlijk. Eveneens pijnlijk was dat de KNIL-militairen direct bij aankomst uit dienst werden ontslagen. De opvang was karig en dat gold ook voor de materiële ondersteuning.2)
 
De wens van de Molukkers om terug te keren belemmerde integratie en lang wezen zij betere huisvesting af. De gedachte - juist van de Molukkers - was dat zij, zodra dat kon, zouden terugkeren naar hun 'eigen' republiek. Dat was niet het geval: Indonesië zegde de Unie in 1954 op. Nederland ondernam enige pogingen om de kwestie internationaal en bilateraal aan te kaarten, maar ook dat bleek kansloos. Militair ingrijpen was onmogelijk.
 
Had het beter gekund? Ongetwijfeld. Gemaakte fouten moeten echter in context worden beoordeeld. Het kabinet moest handelen; een alternatief was er niet. Dat de Molukse droom nooit werd verwezenlijkt, was omdat die vanaf het begin onrealistisch was. Dat is pijnlijk, maar daarom niet minder waar. Er mogen dus best excuses worden gemaakt, maar vraag is dan wel: waarvoor precies?
 
 

1) Zie verder: Peter Bootsma, De Molukse acties (Amsterdam, 2000), pp. 15-26, Henk Smeets en Fridus Steijlen, In Nederland gebleven (Amsterdam ,1996) en M.H. Verweij, 'De kwestie-Ambon', in: J.J.M. Ramakers (ed.), Het kabinet-Drees II (Nijmegen, 1997), pp. 708-712

2) De welvaart is sinds 1950 vervijfvoudigd. (Bron: CPB)