Gehaktdag

De aftelklok op de website van de Algemene Rekenkamer tikt de dagen weg. Nog een paar nachtjes slapen en het is weer de derde woensdag in mei: Verantwoordingsdag. De vraag is of er politici en ambtenaren zijn die daar van wakker liggen. Dat zou eigenlijk wel moeten, gezien de vlijmscherpe kritiek die dit Hoog College van Staat de afgelopen jaren heeft geuit. Want doet de overheid wel wat ze belooft? Wat komt er terecht van al die plannen en welke (onbedoelde) effecten hebben ze? Is de bedrijfsvoering wel op orde?

De Algemene Rekenkamer, opgericht in 1814, was aanvankelijk vooral gericht op het ondersteunen van de koning bij het verkrijgen van ‘een onbenevelde kennis van alle de behoefte en bezwaren des lands’. Dat was althans de overtuiging van Steven Dassevael, secretaris én archivaris van het instituut in 1822.1 De loyaliteit aan de koning domineerde in die taakopvatting. 

Pas in 1841 werd vastgelegd dat de Algemene Rekenkamer haar verslagen aan de Tweede Kamer moest voorleggen. De Rekenkamer diende te toetsen of de door de Staten-Generaal toegestane gelden inderdaad voor de daarvoor bij de begroting vastgestelde posten werden gebruikt. Rechtmatigheid en doelmatigheid waren hierbij de kernwoorden, al werd die doelmatigheid aanvankelijk alleen vooraf gecontroleerd en waren de middelen beperkt.

Hoe anders is dat nu. Het takenpakket van de Algemene Rekenkamer is veelomvattend en in de gereedschapskist zitten uiteenlopende instrumenten om te controleren of ‘de rijksoverheid publiek geld zinnig, zuinig en zorgvuldig uitgeeft’. Bij alle aanscherpingen om grip te krijgen op de uitgaven en inzicht in de doeltreffendheid is een kwart eeuw geleden ook Verantwoordingsdag in het leven geroepen. Op deze dag biedt het kabinet de jaarverslagen van de ministeries ter controle aan de Tweede Kamer aan en presenteert de president van de Algemene Rekenkamer het verantwoordingsonderzoek, waarin genoemde stukken onder de loep zijn genomen.

Verantwoordingsdag, in de Haagse wandelgangen ook bekend als gehaktdag, was niet meteen een publicitair succes. Soms door de pech dat een politiek stormpje alle aandacht wegzoog, soms omdat er gewoonweg weinig animo was om terug te kijken. Politici maken liever plannen dan dat zij zich verantwoorden over wat daarvan terecht is gekomen. De Rekenkamer heeft zich door die matige start niet uit het veld laten slaan en is stug doorgegaan met het uitvoeren van audits en het ontwerpen van dashboards.2

Dat is maar goed ook. Inmiddels gaat het jaarlijks over meer dan 400 miljard euro aan inkomsten en uitgaven. Naast de cijfers wordt ook op de uitvoering gelet. Vorig jaar werden ‘ernstige onvolkomenheden’ geconstateerd in de bedrijfsvoering van verschillende ministeries. Zo duurde bij Justitie de afhandeling van strafzaken veel te lang en zaten er fouten in de personenregistraties waar de strafrechtketen gebruik van maakt, vaak met verstrekkende gevolgen. Bij Defensie bleek het een eitje om binnen te dringen bij militaire objecten zoals fregatten en munitiedepots.

In veel opzichten vertoont de Algemene Rekenkamer gelijkenissen met Cassandra, die herhaaldelijk de ondergang van Troje voorspelde maar nooit werd geloofd. Al in 2003 constateerde de Rekenkamer dat er sprake was van een overwaardering van beleidsvorming en een onderwaardering van de uitvoering. Dat beschouwde zij als een van de ‘grote risico’s voor de geloofwaardigheid van de rijksoverheid en het vertrouwen van burgers in de overheid’.3 Dat lijkt sterk op de oproep te komen tot een ‘realistische overheid’ die begin dit jaar samen met de Raad van State en de Nationale Ombudsman werd gedaan. Daarin schrijven de drie instituten dat de overheid resultaten moet laten zien en moet doen wat zij belooft, want de burger en de rechtsstaat zijn niet gebaat bij wensdenken of bewust onrealistisch beleid. 

Het dalende vertrouwen in de politici en in de Tweede Kamer, zoals onlangs gemeten door het CBS, is een teken aan de wand.4 Hoog tijd om die waarschuwingen ter harte te nemen en woensdag goed op te letten.

Columns


[1] Steven Dassevael, Geschiedkundig overzigt der Koninklijke voorschriften omtrent het beheer der staatsuitgaven in Nederland (’s-Gravenhage en Amsterdam 1822).