Vorige week ontving Groene-journalist Coen van de Ven de Anne Vondelingprijs voor beste politieke journalistiek. In zijn dankwoord benadrukte hij – geheel in de geest van voormalig Kamervoorzitter Anne Vondeling – het belang van kritische maar respectvolle interactie tussen journalisten en politici.1)
Van de Ven refereerde daarbij aan de recente aanvaring van Martin Bosma met een journalist van dagblad Trouw. Bosma, verre opvolger van Vondeling, sprak raillerend van een ‘linkse kutkrant’ die hij ‘met elke vezel’ in zijn ‘lijf’ haat.
Je zou denken: heel democratie-minnend Nederland springt in de bres. Het bleef, behoudens een enkele scherpe kreet, stil.
Dit verhaal bracht me – niet voor het eerst sinds Bosma aan het politieke firmament verscheen – dertig jaar terug in de tijd.
Mijn geschiedenisleraar op de middelbare school was precies zo’n figuur als Bosma. Laconiek, tikje cynisch, scherp gesneden tongriem, altijd de lachers op zijn hand. Niemand heel serieus nemend, ook zichzelf niet. Vooral puberjongens aten uit zijn hand, en wie dat niet deed, zette hij flink te kijk of gooide hij zwierig de klas uit.
Deze geschiedenisdocent was ook een begenadigd leraar. Streng dwong hij discipline af, soepel leverde hij er inhoud voor terug. Om zijn resultaten kon niemand heen: hij leverde goed voorbereide leerlingen af voor het eindexamen. Als je moeite had met bepaalde stof, bleef hij met je zitten tot je het doorhad.
Veel van zijn grapjes waren over het randje, politiek gekleurd en vaak ook op de persoon gericht – maar zo gebracht, dat de groep het slikte. Bij het aflopen van de presentielijst stelde hij eens olijk vast dat er midden in de klas een ‘zwart gat’ zat. De enige donkere jongen in onze klas was afwezig. Even stegen er geluiden van hilariteit én afkeer op in de klas, daarna: stil.
De man bleef een worsteling, voor school, voor ouders, en voor leerlingen zoals ik.
Mijn geschiedenisdocent was een rechts-extremist in ruste. Begin jaren 80 was hij een drijvende kracht geweest achter de Centrumpartij, partijvoorzitter en het intellectuele brein achter Tweede Kamerlid Hans Janmaat.
Ik las er alles over, discussieerde erover, en leerde dankzij hem mijn eigen principes kennen. Maar ik bleef zitten met de vraag: hoe kan het, dat de mens zo soepel geneigd is tot dubbele moraal?
Die gedachte kwam weer boven, toen ik naar Coen van de Ven luisterde.
Het Kamervoorzitterschap van PVV-ideoloog Martin Bosma is geen voetnoot in de parlementaire geschiedenis. Het is een onuitwisbaar teken van normalisering van radicaal en extreemrechts gedachtegoed als ‘gewoon een politieke mening’.
Dit weekend publiceerde NRC-journalist Lamyae Aharouay (vorig jaar winnaar van de Anne Vondelingprijs) nog een persoonlijk essay waarin ze stelt dat samenwerken met uiterst rechts in Den Haag inmiddels de normaalste zaak van de wereld is geworden.
Wat Lamyae aan den lijve heeft ondervonden, wordt in de wetenschappelijke literatuur mainstreaming genoemd: het proces waarbij radicale opvattingen geleidelijk overgenomen worden door gematigde politici en middenpartijen.2)
Waarom gebeurt dit? De aantrekkingskracht van populistische retoriek op kiezers en media speelt een cruciale rol. Middenpartijen imiteren standpunten uit competitie- en overlevingsdrang, om relevant te blijven en kiezers te behouden. Bij regeringssamenwerking speelt machtsbehoud en coalitiedynamiek. Uitvergroting in het publieke debat van bepaalde thema’s, zoals nationale identiteit, immigratie en economische bedreigingen, versterkt de normalisering.3)
Ook de politiek-culturele context weegt mee. Het Nederlandse parlement is van oudsher gericht op meebesturen. In de praktijk draait alles om de voortgang van het parlementaire proces en een goede verstandhouding met de regering, zodat er zaken kunnen worden gedaan. Oud-Kamervoorzitter Dick Dolman typeerde de Tweede Kamer eens als een verzameling kleine entrepreneurs, die hun waren soms luidruchtig aanprezen maar de handel niettemin tot hoofdzaak hadden gemaakt.4)
Het is dit zakelijk pragmatisme dat Bosma in de Kamervoorzittersstoel bracht. Het lijdt weinig twijfel dat de beoogde coalitiegenoten in november 2023 steun gaven aan zijn kandidatuur om de ‘handel’ – de regeringsvorming met de PVV– niet bij voorbaat al in gevaar te brengen.
Na Bosma’s aanval op Trouw bleef het schrikbarend stil in de Tweede Kamer. Als ras-entrepreneur suggereerde Kamervoorzitter Thom van Campen goedmoedig dat de betrokkenen maar een koffietje moesten gaan drinken.
En zo werd de grens van aanvaarbaarheid weer een stukje verlegd.
1) Coen van de Ven, ‘Wederzijdse erkenning’, Groene Amsterdammer, 29 maart 2026. https://www.groene.nl/artikel/wederzijdse-erkenning
2) Anna-Sophie Heinze en Gefjon Off, ‘Mainstreaming vs. normalisation: towards more conceptual clarity on how mainstream parties legitimise the far right’, European Journal of Political Research (2026) 1-17 (online voorpublicatie 2 maart 2026).
3) Kimberly Twist, Partnering with Extremists: Coalitions between Mainstream and Far-Right Parties in Western Europe (Michigan 2019). Zie ook: Simon Otjes, ‘Imitating the newcomer. How, when and why established political parties imitate the policy positions and issue attention of new political parties in the electoral and parliamentary arena: the case of the Netherlands’ (Leiden 2012).
4) Toespraak op een bijeenkomst in de Ridderzaal over de (ver)nieuwbouw Tweede Kamer, 28 april 1982.