‘Ik denk dat ik mijn tent daar bij de Eerste Kamer kan neerzetten, want daar gaat het gebeuren het komende jaar.’ NOS-verslaggever Arjen Noorlander voorziet in Nieuwsuur grote problemen voor het minderheidskabinet-Jetten.1) Nadat de senaat begin deze maand al een ‘njet’ had afgegeven door zich in ruime meerderheid te keren tegen het kabinetsvoornemen om de AOW-leeftijd versneld te verhogen, staan nu de asielmaatregelen op de tocht.
De kans is inderdaad groot dat de Eerste Kamer de komende maanden of jaren (?) vaker het brandpunt van politieke discussie zal zijn. Aan steun van coalitiepartijen heeft het kabinet daar immers bij lange na niet genoeg, nog los van het feit dat die partijen zich niet vanzelfsprekend gebonden achten aan een regeerakkoord, zoals senator Theo Bovens (CDA) bij de algemene beschouwingen memoreerde. Daar komt bij dat de 75 Kamerleden als gevolg van versnippering inmiddels verspreid zijn over maar liefst twintig fracties, wat onderhandelen er beslist niet eenvoudiger op maakt.
Wat moeten we met de Eerste Kamer? Afschaffen? Dat is ingewikkeld: het vergt een grondwetswijziging en – niet onbelangrijk – de Kamer moet er zelf mee akkoord gaan. Dat is toch like turkeys voting for Christmas en de meeste pogingen stranden dan ook.2) Helemaal ondenkbaar is het toch ook weer niet. Zo werd in België twee weken geleden met instemming van de senatoren de eerste stap gezet om de Senaat af te schaffen, die in de ogen van de federale regering nutteloos en duur is en het toch al zo complexe bestuurssysteem bezwaart. Daar was wel een kunstgreep voor nodig: het inlassen van een overgangsbepaling in artikel 195 van de Belgische Grondwet, waardoor het mogelijk werd tijdelijk af te wijken van de normale procedure. De eerste horde is dan wel genomen, een gelopen race is het zeker niet.
Waartoe dient de Eerste Kamer? De liberaal Dirk Donker Curtius was er in de memorie van toelichting bij de grondwetsherziening van 1848 duidelijk over. Naast de invoering van directe verkiezingen voor de Tweede Kamer bepleitte hij behoud van de Eerste Kamer ‘om alle overijling te voorkomen, om tijd van beraad, welke steeds tot bedaarde overweging leidt, te winnen’. Deze Kamer was ‘een dam’ tussen de directe vertegenwoordiging van het volk en de regering. Al te onbezonnen acties van Tweede Kamerleden kon de Eerste Kamer ‘onschadelijk’ maken3).
In dat licht heeft het bestaan van een tweekamerstelsel het nut onlangs bewezen. Partijen die spijt kregen van hun steun aan een inderhaast ingediend amendement-Vondeling/Wilders bij het debat over de Asielnoodmaatregelenwet op 3 juli 2025, of ertegen waren, konden aandringen op revisie: de Eerste Kamer moest er immers nog over beslissen. Het genoemde amendement was gericht op het strafbaar stellen van illegaal verblijf.
In de toelichting was daarbij opgenomen dat ‘personen of organisaties die illegaal in Nederland verblijvende vreemdelingen helpen onder te duiken op grond van artikel 47 van het Wetboek van Strafrecht ook strafbaar zullen zijn’. De minister, die het amendement had ontraden, diende na consultatie van de Raad van State een novelle – een bijzonder wijzigingsvoorstel – in, met de bedoeling juist te voorkomen dat iemand die om humanitaire redenen hulp verleent strafbaar zal worden.
De inzet van de novelle als noodgreep werd weliswaar geaccepteerd door de PVV in de Tweede Kamer, maar lijkt nu toch op weerstand te stuiten bij die partij in de Eerste Kamer. Bij alle kritiek die op de wetsvoorstellen is geuit, niet alleen in het parlement maar ook daarbuiten, was het zinvoller geweest als de Eerste Kamer beschikking had over een terugzendrecht.
Dit idee is eerder uitgewerkt door de Staatscommissie Parlementair Stelsel in 2018. Zij stelde voor de Eerste Kamer de keuze te geven ieder afzonderlijk wetsvoorstel te vetoën of eenmalig terug te zenden naar de Tweede Kamer, voorzien van concrete aanbevelingen. Dit zou niet alleen de kwaliteit van wetgeving kunnen bevorderen, maar ook de samenwerking, zowel binnen de senaat als tussen beide Kamers.
1) Nieuwsuur (NOS), 15 april 2026.
2) Parlement.com: Afschaffng Eerste Kamer zelden op Kameragenda
3) Mathijs van de Waardt, De man van 1848. Dirk Donker Curtius (Vantilt; Nijmegen 2019) 242; Kamerstukken II 18