Leden of leider? Zo moeilijk is die keuze niet

“Mijn antwoord is dat een ledenstructuur helemaal niets toevoegt en dat ledenstructuren juist een aantasting zijn van de parlementaire democratie.” Dat zei oud-Tweede Kamervoorzitter Martin Bosma als PVV-woordvoerder bij de behandeling van de begroting Binnenlandse Zaken in antwoord op PvdA-Kamerlid Mikail Tseggai. Inspraak van leden betekent dat een klein deel van de achterban de politieke lijn van de ‘partij’ gaat bepalen. Daarmee vervreemdt die zich juist van die achterban, zo betoogde Bosma. Bij de PVV is heel duidelijk wat de achterban wil en daarvoor zijn geen vergaderingen nodig. En als de 'achterban' (wie dat dan ook precies is) dat wil, dan veranderen 'we' van standpunt, zo voegde hij eraan toe.
 
Over de rol van politieke partijen valt te discussiëren, zeker gezien het feit dat relatief weinigen daarvan lid zijn. Toch is waardering voor de schakelfunctie tussen kiezers en bestuur op zijn plaats. Aan het feit dat partijen andere rollen vervullen, ging Bosma geheel voorbij. Gekozenen kunnen er verantwoording afleggen, gedachtenvorming kan worden versterkt, er kan aan rekrutering en scholing worden gedaan en leden hebben (in een democratische georganiseerde partij) de kans om mee te doen aan het democratisch proces, anders dan slechts via het uitbrengen van een stem.
 
Juist aan al die zaken ontbreekt het bij de PVV. Bewijs dat zij het ‘beter’ doet, is er niet. Op de recente Kamerlijst stonden onder anderen Shanna Schilder en Annelotte Lammers (op 3 en 4). Het overgrote deel van de PVV-achterban zal vóór de verkiezingen nooit van hen hebben gehoord. Beiden zijn inmiddels onder leiding van Markuszower uit de PVV-fractie vertrokken. Een sterke binding met de PVV was er blijkbaar niet. Bosma verwees in zijn betoog naar de negentiende-eeuwse onafhankelijkheid van afgevaardigden. In dat licht zal Bosma hun keuze vast hebben toegejuicht. Of is worteling in een partij toch zo gek nog niet? 
 
Vraag of bij de PVV echt zo beter ‘voeling’ wordt gehouden met de achterban. Dat bleek niet toen in 2008 Bosma en Wilders met een 'privévoorstel' kwamen om Vlaanderen en Nederland te verenigen. Er waren verder denk ik weinig PVV-sympathisanten die daar mee bezig waren, laat staan dat ze er enthousiast over waren.
 
Evenmin is voor te stellen dat de achterban na enige reflectie erg enthousiast was over het voorstel een ‘kopvoddentax’ in te voeren (het vermoeden is dat Bosma die term bedacht). Het gaf vast uiting aan hier en daar bestaande gevoelens van vervreemding, maar het voorstel op zich was zo ondoordacht als mijn zijn kon. Wie een (jaarlijkse?) vergunning had (Wilders sprak van ‘de vervuiler [sic] betaalt’), mocht blijkbaar wel een hoofddoek dragen. Maar hoe en wie moest controleren of die vergunning er was, was niet geregeld (of moesten vergunninghouders een uiterlijk kenteken dragen?). Een totaal onzinnig voorstel. Wat leden van die misstap vonden, blijft de vraag.
 
Je kunt je verder afvragen of het echt zo is dat alle PVV-stemmers het een goed idee vinden dat de koran wordt verboden en moskeeën gesloten? Aan hen is nooit gevraagd: wat vindt u ervan dat mensen die hierheen zijn gekomen om bij te dragen aan onze welvaart (en hun nakomelingen) rechten worden ontzegd? Rechten die andere burgers wel toekomen. Ook hier gaat het in wezen om het standpunt van één persoon.
 
In het verhaal van Bosma ontbreekt dan ook een element. Het leek te gaan over de rol van partijen, maar feitelijk ging het over het behoud van een beweging met één leider die alles bepaalt: programma, strategie, speerpunten, onderhandelingen en kandidaatstelling. Het is immers niet de ‘partij’ PVV, noch de fractie, die bepaalt, maar één leider; of dat nu serieus of verstandig is en of de achterban zich daar nu wel of niet kan vinden.
 
Politieke macht, ook in partijen, vraagt om tegenmacht. Tegenmacht in de vorm van bestuurders en afgevaardigden die van tijd tot tijd verantwoording afleggen, bijvoorbeeld over tactiek en strategie (Wilders heeft meermaals steken laten vallen). Een democratisch model met partijen waarin leden zeggenschap hebben - met alle kanttekeningen die daarbij zijn te maken - is beter dan een 'eenpersoonsbeweging' met onmondige volgers. En voor de helderheid: iedereen kan lid worden van ‘echte’ partijen.