Rechtsfilosoof, die in 1814 deel uitmaakte van de Notabelenvergadering die besliste over de eerste Grondwet. Werd al kort na zijn promotie tot hoogleraar aan het Atheneum in Amsterdam benoemd en onderwees daar het publiek-, natuur- en volkenrecht. Bestudeerde verder vooral de wijsbegeerte van het recht en stond bekend als een werkzaam, bekwaam en geliefd docent. Wees hoogleraarbenoemingen in Utrecht en Leiden af en bleef daardoor bijna een halve eeuw actief in Amsterdam. Onder meer leermeester van J.M. Kemper, Jonas Daniël Meyer, Falck en Van Hall. Had in de Bataafs-Franse tijd zitting in een commissie die het burgerlijk wetboek moest samenstellen.