Conservatieve Leidse rechtsgeleerde met een ontzagwekkend voorkomen. Opvolger van Kemper als hoogleraar natuur- staats- en volkenrecht in Leiden, na eerder - direct na zijn studie - hoogleraar in Deventer te zijn geweest. Was in Leiden ook actief als gemeenteraadslid en daarnaast lid van Provinciale Staten van Zuid-Holland. In de Dubbele Tweede Kamer van 1848 tegenstander van de Grondwetsherziening, en met name van rechtstreekse verkiezingen en vrijheid van vergadering.
Prof.Mr. H. Cock
behoudend (vóór 1848)
functie(s) in de periode 1848: buitengewoon lid Tweede Kamer
Inhoud
Personalia
voornamen (roepnaam)
Hendrik
titulatuur en naam
Prof.Mr. H. Cock Hendrik
geboorteplaats en -datum
Almelo, 16 juni 1794
overlijdensplaats en -datum
Leiden, 20 oktober 1866
levensbeschouwing
Nederlands Hervormd
Partij/stroming
stroming(en)
ultraconservatief
Hoofdfuncties/beroepen
- hoogleraar rechten, Atheneum Illustre te Deventer, van 13 juni 1821 tot september 1825
- hoogleraar publiek recht (natuurrecht, staatsrecht, volkenrecht en strafrecht), Hogeschool te Leiden, van 8 september 1825 tot 1 juli 1864 (oratie op 8 febr. 1826)
- lid stedelijke raad (vanaf oktober 1851 gemeenteraad) van Leiden, van 1835 tot 3 september 1865
- lid Provinciale Staten van Zuid-Holland, van 7 juli 1846 tot september 1850 (voor de steden, Leiden)
- buitengewoon lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 18 september 1848 tot 8 oktober 1848 (voor Zuid-Holland)
- lid Provinciale Staten van Zuid-Holland, van 24 september 1850 tot 20 oktober 1866 (voor het kiesdistrict Leiden)
- rector magnificus Hogeschool te Leiden (enkele malen, onder andere in 1860)
Nevenfuncties
- lid schoolcommissie te Deventer, vanaf 16 oktober 1822
- curator Stolpiaansch Legaat
- lid Commissie belast met het afnemen der examens aan leerling-diplomaten, vanaf juli 1846
Opleiding
voortgezet onderwijs
- Latijnse school te Deventer, van 1805 tot 1810
academische studie
- klassieke letteren en rechten, Atheneum Illustre te Deventer, van 1810 tot januari 1816
- Romeins en hedendaags recht (gepromoveerd op dissertatie), Hogeschool te Utrecht, van 6 januari 1816 tot 28 mei 1821
Activiteiten
als parlementariër
- Voerde als lid van de Dubbele Kamer het woord bij de algemene beschouwingen over de Grondwetsherziening
- Tegenstander van de Grondwetsherziening. Stemde tegen de hoofdstukken I t/m IV, VI en X en tegen de additionele artikelen.
- Voorstander van de doodstraf
Wetenswaardigheden
uit de privésfeer
- Staatsrechtelijk onderwijzer van de Prins van Oranje en van prins Alexander
- Zijn zoon Conraad was gemeenteraadslid in Leiden
- De familie Cock was oorspronkelijk afkomstig uit Bremen
woonplaats(en)/adres(sen)
- Almelo (tot omstreeks 1802/1803)
- Deventer (vanaf omstreeks 1802/1803)
- Leiden, Rapenburg 653
ridderorden
- Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw, 28 mei 1837
- Grootofficier in de Orde van de Eikenkroon, 1858
verenigingen, sociëteiten, genootschappen etc.
- lid Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde te Leiden, vanaf 14 april 1826
- lid Provinciaal Utrechtsch Genootschap van Kunsten en Wetenschappen, vanaf 1826
- lid Hollandsche Maatschappij van Fraaije Kunsten en Wetenschappen, afdeling Leiden, vanaf maart 1827
Publicaties van/over
lijst van publicaties
"De argumento ab analogia eiusque a legis interpretatione differentia" (dissertatie, 1821)
literatuur/documentatie
- Levensbericht door J.D.W. Pape, in: Levensberichten van leden van de Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde, 1867
- Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek, deel II, 306
Biografisch Woordenboek(en)
biografie opgenomen in het Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek
publicaties over en van letterkundigen
Familie/gezin
huwelijk/samenlevingsvorm
gehuwd te Nordhorn, 8 juli 1823 (echtgenote overleden 13 februari 1841)
echtgeno(o)t(e)/partner
A.M. Engelberts, Aleida Maria
kinderen
4 dochters en 2 zoons (tweede zoon overleed in 1856 op 26-jarige leeftijd)
vader
Mr. C. Cock, Conrad
moeder
B. Lamberts, Bertha