Landeigenaar en waterschapsbestuurder uit de Hoekse Waard, die ruim zestien jaar Eerste Kamerlid was. Kamerlid dat alleen in commissieverband actief was en vrijwel nooit het woord voerde.
'pragmatisch' liberaal
functie(s) in de periode 1849-1865: lid Eerste Kamer
lid Eerste Kamer der Staten-Generaal, van 13 februari 1849 tot 17 september 1865 (voor Zuid-Holland)
dijkgraaf hoogheemraadschap "de Zwijndrechtsche Waard", van 1 juni 1862 tot 1 januari 1873
Nevenfuncties
lid Kamer van Koophandel en Fabrieken te Dordrecht
heemraad polder "de Oost- en West-Zomerlanden van Heinenoord", tot 1 april 1859 (al in 1850)
heemraad Zwijndrechtse Waard, omstreeks 1850 tot 1 juni 1862
dijkgraaf polder "het Nieuweland van Puttershoek", omstreeks 1850 (nog in 1862)
dijkgraaf polder "de Oost- en West-Zomerlanden van Heinenoord", vanaf 1 april 1859 (nog in 1871)
voorzitter polder "de Buitenlanden gelegen voor de polder Oost- en West-Zomerlanden"
heemraad waterschap van Mijnsheerenland van Moerkerken, omstreeks 1870
directeur Bank van Lening, Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
lid Raad van Commissarissen HIJSM (Hollandsche IJzeren-Spoorweg Maatschappij)
lid Raad van Commissarissen Antwerpen/Rotterdamsche Spoorwegmaatschappij, omstreeks 1870
afgeleide functies, presidia etc.
lid Gemengde Commissie voor de Stenographie (namens de Eerste Kamer), van 20 december 1852 tot 17 september 1865
Activiteiten
als parlementariër
Voerde alleen in de zitting 1849/50 het woord, bij de behandeling van een wetsvoorstel over de belangen van de Nederlandse scheepvaart. Was wel actief als rapporteur over wetsvoorstellen.
Behoorde in 1859 tot de 16 leden die vóór een (verworpen) wetsvoorstel stemden over herziening van het tarief voor in- en uitvoerrechten
Behoorde in 1860 tot de 17 leden die vóór de (verworpen) ontwerp-wet over aanleg en exploitatie van de Noorder- en Zuiderspoorwegen stemden
Stemde in 1865 tegen de ontwerp-wetten tot regeling van de voorwaarden tot verkrijging der bevoegdheid van geneeskundige etc. en inzake de uitoefening van de geneeskunst
Wetenswaardigheden
uit de privésfeer
In Puttershoek is een gemaal naar hem vernoemd
verkiezingen
Werd in december 1848 door de kiezers van het district Ridderkerk als eerste op de voordracht voor het Eerste Kamerlidmaatschap geplaatst
Werd in 1850 bij de verkiezing van Eerste Kamerleden in Provinciale Staten van Zuid-Holland met 52 van de 71 stemmen gekozen
Werd in 1856 bij de periodieke verkiezing van Eerste Kamerleden in Provinciale Staten van Zuid-Holland herkozen
Stelde zich in 1865 niet meer kandidaat voor de Eerste Kamer
woonplaats(en)/adres(sen)
Dordrecht, villa Merwesteijn, van 1852 tot 30 mei 1878
Dordrecht, Nieuwehaven 30 ('t Huys te Hemert), van april 1859 tot 1862
ridderorden
Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw, 15 september 1860
bezit van heerlijkheden
heer van Benthuizen, vanaf 1853
Familie/gezin
huwelijk/samenlevingsvorm
gehuwd te Dordrecht, 28 juni 1826 (echtgenote overleden 19 september 1852)
gehuwd (tweede huwelijk) te Dordrecht, 1 maart 1854