Amsterdamse rechtsgeleerde die twaalfenhalf jaar lid van de Raad van State was. Zoon van een wijnkoper en gehuwd met de zus van de liberale voorman Kappeyne van de Coppello. Was aanvankelijk leraar en daarna advocaat en hoogleraar aan de Gemeentelijke Universiteit. In zijn tijd één van de meer democratisch gezinde leden van de Raad van State.