Mr.dr. J. (Jan) van Best

J. van Best
bron: Onze Afgevaardigden

Advocaat uit Eindhoven, die in 1910 Tweede Kamerlid voor het gelijknamige district werd. In Eindhoven tevens enkele jaren wethouder. Geducht debater. Als Kamerkandidaat voerde hij al felle debatten met onder anderen Troelstra. Trad in 1918 terug als Kamerlid, nadat zijn werkzaamheden als belangenbehartiger voor de industrie in België hem in opspraak hadden gebracht en de RK-fractie hem niet volledig rehabiliteerde. Raakte later ook als wethouder in de problemen vanwege grondaankoop en week uit naar Brussel. Stond bij zijn politieke opponenten echter wel goed aangeschreven als bestuurder.

Algemeene Bond (RKSP)
functie(s) in de periode 1910-1918: lid Tweede Kamer

Inhoud

  1. Personalia
  2. Partij/stroming
  3. Hoofdfuncties/beroepen
  4. Nevenfuncties
  5. Opleiding
  6. Activiteiten
  7. Wetenswaardigheden
  8. Publicaties van/over
  9. Familie/gezin

Personalia

voornamen (roepnaam)

Joannes (Jan)

titulatuur en naam

Mr.dr. J. van Best Joannes (Jan)

geboorteplaats en -datum

Valkenswaard, 21 augustus 1880

overlijdensplaats en -datum

Brussel (België), 21 april 1958

levensbeschouwing

Rooms-Katholiek

Partij/stroming

stroming(en)

R.K. (Rooms-Katholieken)

Hoofdfuncties/beroepen

  • lid gemeenteraad van Eindhoven, van 12 december 1908 tot 1924
  • advocaat te Eindhoven, van 1910 tot 24 juni 1924
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 26 oktober 1910 tot 23 maart 1918 (voor het kiesdistrict Eindhoven)
  • wethouder (van armenzorg en onderwijs) van Eindhoven, van 1 juni 1920 tot 24 juni 1924 (na uitbreiding van de gemeente Eindhoven)
  • rechtskundig adviseur te Brussel, van 1924 tot 1958

Nevenfuncties

  • voorzitter mannenkoor te Eindhoven
  • lid bestuur Coöperatieve Centrale Boerenleenbank, van 1911 tot 1914
  • regeringscommissaris bij de Commissie tot voorziening van levensbehoeften der Belgische grensgemeenten, omstreeks 1914
  • voorzitter commissie van onderzoek naar alle verzoeken tot behartiging van persoonlijke of zakelijke belangen van Nederlanders in België, van oktober 1914 tot 1918
  • van regeringswege belast met behartiging van belangen van de Nederlandse handel en industrie in België, van juli 1915 tot 1918
  • lid Raad van Commissarissen Zuider Bank te Eindhoven, tot 1924

afgeleide functies, presidia etc.

voorzitter begrotingscommissie voor hoofdstuk X (Landbouw, Nijverheid en Handel) 1913 (Tweede Kamer der Staten-Generaal)

comités van aanbeveling, erefuncties etc.

erelid mannenkoor te Eindhoven

Opleiding

voortgezet onderwijs

  • klein-seminarie "De Ruwenberg" te Sint-Michielsgestel, van 1893 tot 1894
  • gymnasium, R.K. "Sint Willibrordus College" te Katwijk aan de Rijn, van 1894 tot 1900

academische studie

  • rechtswetenschap (gepromoveerd op stellingen), Rijksuniversiteit Utrecht, tot 17 december 1909
  • staatswetenschap (gepromoveerd op stellingen), Rijksuniversiteit Utrecht, tot 1 februari 1910

Activiteiten

als parlementariër

  • Hield zich in de Tweede Kamer vooral bezig met landbouw, distributie, financiën en posterijen

opvallend stemgedrag

  • Behoorde in 1916 tot de minderheid van zijn fractie die vóór een motie-Schaper stemde waarin koppeling van een pensioenbelasting en een ouderdomspensioen werd afgewezen

Wetenswaardigheden

algemeen

  • Werd er in 1917 door het bestuur van het distributiebedrijf in Eindhoven van beschuldigd laster en geruchten te hebben verspreid over wanbeheer bij dat distributiebedrijf. Die beschuldiging kon niet hard worden gemaakt, waarna hij van de burgemeester eiste bekend te maken wie hem verdacht had gemaakt.
  • Werd zelf in 1917 beschuldigd van onrechtmatige verrijking door te hoge declaraties en vermenging van functies, onder meer door in brieven onterecht gebruik te maken van de titel 'regeringscommissaris'. Kwam vanwege deze affaire tevens in conflict met de RK-fractie, die een commissie van onderzoek instelde. Hem werd vooral verweten onzorgvuldig te hebben gehandeld en het werd aan hemzelf overgelaten al dan niet op te stappen. Hij eiste daarom rechtsherstel door de fractie, die daartoe echter niet bereid was. Daarop vroeg hij ontslag als Kamerld.
  • Beëindigde in 1924 zijn gemeenteraadslidmaatschap na beschuldigd te zijn van aankoop van grond met voorkennis over een uitbreidingsplan. Hij zou deze grond tegen een zeer hoge prijs daarna weer aan de gemeente Eindhoven hebben verkocht. Werd later gezuiverd van iedere verdenking.
  • In 1925 kandidaat gesteld voor de Eerste Kamer, maar hij woonde toen al in Brussel en wilde daar blijven wonen

uit de privésfeer

  • Zijn vader richtte in februari 1864 met zijn tweelingbroer Jasper de tabakskerverij "Gebr. Van Best" te Valkenswaard op
  • Zijn vader was lid van de gemeenteraad van Valkenswaard (1873-1877)
  • Zijn schoonvader was katoenfabrikant

verkiezingen

  • Versloeg in 1910 bij een tussentijdse verkiezing en in 1913 bij reguliere verkiezingen in het district Eindhoven H. Spiekman (sdap)
  • Werd in 1917 bij enkelvoudige kandidaatstelling gekozen
  • Stond in 1918 als zesde op de R.K.-kandidatenlijst in de kieskring 's-Hertogenbosch en werd niet verkozen

niet-aanvaarde politieke functies

  • lid Eerste Kamer, juni 1929 (vacature-Verheijen)

woonplaats(en)/adres(sen)

  • Eindhoven, vanaf 1887
  • Brussel, van 3 juli 1924 tot 21 april 1958

verenigingen, sociëteiten, genootschappen etc.

lid Amsterdams Studenten Corps

Publicaties van/over

literatuur/documentatie

  • E.J. Raven, scriptie Staatkundig-Historische Studiën, RU Leiden (1978)
  • Onze Afgevaardigden, 1913

Familie/gezin

huwelijk/samenlevingsvorm

gehuwd te Helmond, 21 juli 1914

echtgeno(o)t(e)/partner

M.J.C. Bogaers, Maria Josepha Cornelia

kinderen

1 zoon en 1 dochter (o.a.)

vader

J. van Best, Joannes

geboorteplaats en/of -datum

Valkenswaard, 10 juni 1842

beroep vader

tabaksfabrikant

moeder

J.C. Pompen, Josephine Catherine

geboorteplaats en/of -datum

Soerendonk, 3 juli 1851

beroep grootvader (vaderskant)

werkzaam in de landbouw

beroep grootvader (moederskant)

lid Provinciale Staten van Noord-Brabant