Magistraat, die in het interbellum en nog korte tijd na de oorlog burgemeester van Utrecht was. Begon zijn loopbaan bij het Centraal Bureau voor de Statistiek en werd daarna gemeenteambtenaar in Den Haag. Na gemeentesecretaris te zijn geweest, werd hij in 1934 tot burgemeester van de domstad benoemd. Zette zich onder meer in voor uitbouw van de Jaarbeursgebouwen. Werd in 1942 door de bezetter ontslagen, maar keerde in 1945 terug. Waardige regent, die wel vele maatschappelijke maar geen politieke functies bekleedde.
functie(s) in de periode 1934-1948: burgemeester van Utrecht
adjunct-commies sociaal-economische afdeling, Centraal Bureau voor de Statistiek, van 1 april 1908 tot 1909
commies-redacteur ter secretarie, gemeente Arnhem, van 1909 tot 1912
hoofdcommies in algemene dienst ter secretarie, gemeente 's-Gravenhage, van 1912 tot augustus 1912
chef afdeling Algemene Zaken, secretarie gemeente 's-Gravenhage, van augustus 1912 tot 1918 (in de jaren 1914-1918 tevens belast met de leiding van de afdeling militaire zaken)
hoofd afdeling Financiën (rang: administrateur), secretarie gemeente 's-Gravenhage, van 1918 tot 15 maart 1920
gemeentesecretaris van 's-Gravenhage, van 15 maart 1920 tot 15 januari 1934
burgemeester van Utrecht, van 15 januari 1934 tot 1 april 1942 (ontslagen door de bezetter)
burgemeester van Utrecht, van 7 mei 1945 tot 1 april 1948
Nevenfuncties
secretaris Carnegie Heldenfonds, vanaf 1915
voorzitter Haags Comité voor Volksfeesten (onder ander betrokken bij de viering van het zilveren regeringsjubileum van koningin Wilhelmina in 1923)
lid Raad van Commissarissen N.V. Koninklijke Pellerij "Mercurius" te Wormerveer, vanaf 1934
voorzitter Raad van Commissarissen PGEM (Provinciaal en Gemeentelijke Electriciteitsbedrijf), van 1945 tot 1948
voorzitter Stads- en Academisch Ziekenhuis te Utrecht, van 1945 tot 1948
lid College van Curatoren Rijksuniversiteit Utrecht, van 1946 tot 1951
voorzitter bestuur Revalidatiecentrum "De Hoogstraat", vanaf 1948
voorzitter Domeinraad, vanaf 1949
lid afdeling Rechtspraak voor het Rechtsherstel, van 1950 tot 1953
voorzitter College van Curatoren Rijksuniversiteit Utrecht, van 1951 tot 1954
Opleiding
voortgezet onderwijs
gymnasium te 's-Gravenhage
academische studie
rechtswetenschap (gepromoveerd op stellingen), Rijksuniversiteit Leiden, van 18 september 1902 tot 31 januari 1907
staatswetenschap (gepromoveerd op stellingen), Rijksuniversiteit Leiden, 18 mei 1911
Wetenswaardigheden
uit de privésfeer
Zijn vader was belastinginspecteur
ridderorden
Officier in de Orde van Oranje-Nassau
Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw
overige onderscheidingen en prijzen
Commandeur in de Huisorde van Oranje
gouden eremedaille gemeente 's-Gravenhage, januari 1934
hobby's
sport
toneel
Publicaties van/over
lijst van publicaties
"Utrecht in de eerste jaren na de bevrijding" (1950)
"Utrecht in de eerste jaren van de bezetting" (1951)
"Terugblik" (1960)
literatuur/documentatie
Persoonlijkheden in het Koninkrijk der Nederlanden in woord en beeld (1938)
A. Graafhuis, "Pelkwijk, Gerhard Abraham Willem ter (1882-1964)", in Biografisch Woordenboek van Nederland, deel I
Biografisch Woordenboek(en)
biografie opgenomen in het Biografisch Woordenboek van Nederland