Algemeene Bond (RKSP)
functie(s) in de periode 1916-1945: lid Tweede Kamer, Commissaris van de Koning(in)
Personalia
voornamen (roepnaam)
Augustinus Bernardus Gijsbertus Maria
titulatuur en naam
Mr.dr. A.B.G.M. van Rijckevorsel Augustinus Bernardus Gijsbertus Maria
wijziging in naam en/of titulatuur
Jhr.Mr.dr. A.B.G.M. van Rijckevorsel (sinds 23 maart 1936)
geboorteplaats en -datum
's-Hertogenbosch, 10 februari 1882
overlijdensplaats en -datum
's-Gravenhage, 30 april 1957
levensbeschouwing
Rooms-Katholiek
Partij/stroming
partij(en)
RKSP (Roomsch-Katholieke Staatspartij)
Hoofdfuncties/beroepen
- advocaat en procureur te Nijmegen, van 1906 tot 1910
- adjunct-secretaris Staatscommissie exploitatie spoorwegen (Staatscommissie-De Marez Oyens), van september 1908 tot augustus 1911
- medewerker Nederlands-Belgische commissie inzake de onderlinge betrekkingen, van 1909 tot 1910
- belast met onderzoek naar de werking van de ouderdomswetgeving in België, van 1909 tot 1910
- voorzitter Raad van Beroep voor ongevallenverzekering te 's-Hertogenbosch, van 1 september 1910 tot 16 september 1928
- lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 28 september 1916 tot 27 juni 1917 (voor het kiesdistrict Oosterhout)
- lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 19 juli 1917 tot 18 september 1928 (1917-1918 voor het kiesdistrict Oosterhout)
- commissaris van de Koningin in Noord-Brabant, van 20 september 1928 tot 6 mei 1945 (benoemd bij K.B. van 8 september 1928; kreeg ongevraagd eervol ontslag zonder dankbetuiging)
Partijpolitieke functies
overzicht
- lid bestuur Algemeene Bond van R.K. Rijkskieskringorganisaties, van 1918 tot 1926
- lid reorganisatiecommissie Algemeene Bond van R.K. Rijkskieskringorganisaties, van 31 januari 1925 tot 13 maart 1926
- lid bestuur RKSP, 1928
- voorzitter RKSP Rijkskieskring 's-Hertogenbosch, 1928
lijsttrekkerschappen
- lijstaanvoerder Rooms-Katholieken Tweede Kamerverkiezingen 1922 (in de kieskring Tilburg)
- lijstaanvoerder RKSP Tweede Kamerverkiezingen 1925 (in de kieskring Tilburg)
Nevenfuncties
- plaatsvervangend president Krijgsraad te 's-Hertogenbosch, van 20 januari 1914 tot september 1928
- voorzitter Noordbrabantsche Tuinbouwbond, van 1914 tot 1928
- lid Rijkscommissie voor Monumentenzorg, van 1916 tot 1950
- regeringsvertegenwoordiger bij de Spoorwegmaatschappij Mechelen-Neuzen, omstreeks 1919 en nog in 1931
- lid Raad van Commissarissen Werkspoor, later Verenigde Machinefabriek, vanaf 1924
- lid Raad van Commissarissen Maatschappij van Weldadigheid Frederiksoord, vanaf 1924 (nog in 1938)
- plaatsvervangend lid Centraal Stembureau, tot oktober 1928
- ondervoorzitter Vereniging voor Volkenbond en Vrede, vanaf januari 1927
- rechter administratief tribunaal van de internationale organisatie voor de arbeid te Genève, van 1928 tot 1956
- rechter internationaal hof van appèl voor handelszaken in het Saargebied, van 1928 tot 1956
- vicevoorzitter Raad van Bestuur "Rotterdamsche Bank" N.V., van 1928 tot 1956
- lid Raad van Commissarissen verzekeringsmaatschappij "De Nederlanden van 1845", van 1928 tot 1957
- lid Raad van Commissarissen HKI (Hollandse Kunstzijde Industrie), van 1928 tot 1957
- lid Centraal Stembureau, vanaf oktober 1928 (nog in 1931)
- lid Staatscommissie voor de Waterstaatswetgeving, van 1 januari 1929 tot 1957
- voorzitter commissie verkeersvraagstuk Zuid-Holland-Noord-Brabant-Zeeland (voor 1937)
- lid Commissie van Advies inzake aardolie-aangelegenheden, omstreeks 1930
- lid bestuur ETI (Economisch-Technologisch Instituut) te Tilburg, omstreeks 1933
- lid Raad van Commissarissen "Utrechtsche Hypotheekbank", vanaf 1934
- lid Staatscommissie inzake toezicht op particuliere banken (Staatscommissie-De Geer), vanaf 7 maart 1937
- voorzitter Commissie van Overleg voor wegen, omstreeks 1938
- voorzitter Rijkscommissie voor Monumentenzorg, van 1950 tot 1956
- lid Raad voor de Waterstaat, vanaf 1952
afgeleide functies, presidia etc.
- lid vaste commissie voor de Staatsuitgaven (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van 1923 tot 1928
- lid vaste commissie voor Openbare Werken, Verkeers- en Waterstaasaangelegenheden (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van 1925 tot 1928
- voorzitter begrotingscommissie voor hoofdstuk III (Buitenlandse Zaken) 1926 (Tweede Kamer der Staten-Generaal)
Opleiding
voortgezet onderwijs
- Stedelijk Gymnasium te 's-Hertogenbosch, van 1894 tot 1900
academische studie
- rechtswetenschap (gepromoveerd op stellingen), Rijksuniversiteit Utrecht, van 1900 tot 7 februari 1905
- staatswetenschap (gepromoveerd op stellingen), Rijksuniversiteit Utrecht, tot 3 juli 1906
Activiteiten
als parlementariër
- Hield zich als Tweede Kamerlid vooral bezig met Indische aangelegenheden, justitie, financiën, verkeer, mijnwezen en kunsten
opvallend stemgedrag
- In 1927 stemden hij, Van de Bilt en Van Vuuren als enigen van de R.K.-fractie tegen het wetsvoorstel inzake de vereniging van de ministeries van Oorlog en Marine
Wetenswaardigheden
algemeen
- Tijdens de Bezetting stelde hij zich weinig weerbaar op jegens de Duitsers, zowel in persoonlijke contacten als door meegaandheid bij hun wensen. Verder adviseerde hij in de lente van 1944 burgemeesters mee te werken bij door de bevolking uit te voeren graafwerkzaamheden voor de Duitsers.
- Werd begin augustus 1944 door een lichte beroerte getroffen, waarop het Militair Gezag bij de bevrijding gedeputeerde Smits van Oijen als waarnemend commissaris benoemde
- Werd in 1945 eerst gestaakt en daarna - na een onderzoek naar zijn beleid tijdens de Bezetting door een commissie-Van Sonsbeeck - ongevraagd eervol ontslagen zonder dankbetuiging
uit de privésfeer
- Zijn echtgenote was een schoonzus van jhr. O.F.A.M. van Nispen tot Sevenaer, Tweede Kamerlid
- Zijn vader was lid van Provinciale Staten van Noord-Brabant
- Een zoon van hem was burgemeester van Gulpen, een andere zoon ambassadeur
verkiezingen
- Werd in 1916 en 1917 steeds bij enkelvoudige kandidaatstelling gekozen
woonplaats(en)/adres(sen)
- Nijmegen, van 1906 tot 1910
- 's-Hertogenbosch, Stationsweg, van 1910 tot 1945
- 's-Gravenhage, van 1945 tot 1957
ridderorden
Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw, 30 augustus 1924
predicaten/adellijke titels
- jonkheer, 23 maart 1936 (in de adelstand verheven bij K.B., nr. 40)
verenigingen, sociëteiten, genootschappen etc.
- lid Utrechtsch Studenten Corps
- lid Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde te Leiden, van 1936 tot 1957
- directeur Nederlandsche Maatschappij van Wetenschappen, vanaf 1934
- lid Sint-Jacobsgilde te Haarlem
- kandidandus "Onze Lieve Vrouwe broederschap" te 's-Hertogenbosch
Publicaties van/over
literatuur/documentatie
- Persoonlijkheden in het Koninkrijk der Nederlanden in woord en beeld (1938)
- Levensbericht in Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde te Leiden 1960/61
- A.H. Herfkens, scriptie over A.B.G.M. van Rijckevorsel, geschreven in het kader van de studie basisdoctoraal, vak geschiedenis der staatsinstellingen, RU leiden, 1981
Familie/gezin
huwelijk/samenlevingsvorm
gehuwd te 's-Hertogenbosch, 28 november 1906
echtgeno(o)t(e)/partner
Jkvr. J.E.M. Serraris, Jeanne Eulalie Marie
kinderen
2 zoons
vader
A.G.H. van Rijckevorsel, Augustinus Gerardus Hubertus
geboorteplaats en/of -datum
's-Hertogenbosch, 10 november 1828
beroep vader
wijnkoper
moeder
Jkvr. M.F.L. Dommer van Poldersveldt, Maria Francisca Louisa
geboorteplaats en/of -datum
Ubbergen, 7 mei 1848
stiefvader
J.C.P. Thirion, Jules Clement Pierre
geboorteplaats en/of -datum
1842
beroep stiefvader
luitenant-kolonel der cavalerie (gepensioneerd)
broers en zusters
2 broers
beroep grootvader (vaderskant)
wijnkoper
familierelaties