Onze eerste 'minister' van Buitenlandse Zaken. Was tot 1787 vroedschapslid in Delft en werd na de omwenteling van 1795 representant voor Delft en gedeputeerde in de Staten-Generaal. Begin 1798 secretaris van het Uitvoerend Bewind en daarna agent voor de buitenlandse zaken. Spoedig verhinderde het gezantschap in Parijs hem die functie uit te oefenen. Overleed in Petersburg, waar hij in 1801 gezant was geworden. De keizer verleende hem in 1806 uit waardering het Russische staatsburgerschap.