Brabantse notabele, die in de jaren twintig en dertig van de twintigste eeuw deel uitmaakte van de Raad van State. Kleinzoon van een katholiek Tweede Kamerlid. Bekleedde diverse functies in de rechterlijke macht en werd uiteindelijk raadsheer en vicepresident van het Amsterdamse gerechtshof. Bescheiden man, die enkele keren een aanbod om minister te worden afsloeg en die voor alles rechter was. Vader van Carl Romme.