Mr. N.P.J. Kien

N.P.J. Kien
bron: Collectie-Van Eck (Nationaal Archief)

Utrechtse magistraat die in de Tweede Kamer tot de conservatiefste afgevaardigden behoorde. Was bijna veertig jaar burgemeester van Utrecht en werd in 1845 Tweede Kamerlid. Stemde tegen belangrijke onderdelen van de Grondwetsherziening 1848. Keerde in 1854 terug in de Kamer als afgevaardigde van Utrecht. Hij bleef dat toen eenentwintig jaar.

regeringsgezinden ten tijde van Willem II, behoudend (vóór 1848), conservatief
functie(s) in de periode 1845-1875: lid Tweede Kamer

Inhoud

  1. Personalia
  2. Partij/stroming
  3. Hoofdfuncties/beroepen
  4. Nevenfuncties
  5. Opleiding
  6. Activiteiten
  7. Wetenswaardigheden
  8. Publicaties van/over
  9. Familie/gezin

Personalia

voornamen (roepnaam)

Nicolaas Pieter Jacob

titulatuur en naam

Mr. N.P.J. Kien Nicolaas Pieter Jacob

geboorteplaats en -datum

's-Hertogenbosch, 9 april 1800

overlijdensplaats en -datum

Laken (België), 17 juli 1879

levensbeschouwing

Nederlands Hervormd

Partij/stroming

stroming(en)

  • regeringsgezind (ten tijde van Willem II)
  • conservatief

Hoofdfuncties/beroepen

  • advocaat te Utrecht, vanaf 1825
  • lid stedelijke raad van Utrecht, van 1831 tot 1839
  • wethouder van Utrecht, van 13 oktober 1838 tot 10 maart 1839
  • burgemeester van Utrecht, van 10 maart 1839 tot 1 maart 1878
  • lid Provinciale Staten van Utrecht, van 7 juli 1840 tot 14 november 1845 (voor de steden, Utrecht)
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 12 november 1845 tot 13 februari 1849 (voor de provincie Utrecht)
  • lid Provinciale Staten van Utrecht, van 24 september 1850 tot maart 1878 (voor het kiesdistrict Utrecht)
  • lid gemeenteraad van Utrecht, van 18 oktober 1851 tot 3 september 1873
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 18 september 1854 tot 1 oktober 1866 (voor het kiesdistrict Utrecht)
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 19 november 1866 tot 3 januari 1868 (voor het kiesdistrict Utrecht)
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 25 februari 1868 tot 20 september 1875 (voor het kiesdistrict Utrecht)

Nevenfuncties

  • lid College van Curatoren Hogeschool te Utrecht, van 1839 tot 1878
  • heemraad College van de Lekdijk bovendams, vanaf 21 januari 1853 (nog in 1869)
  • lid Raad van Commissarissen Nederlandsche Rhijn-Spoorweg Maatschappij, omstreeks 1858

afgeleide functies, presidia etc.

  • lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van mei 1859 tot juli 1859
  • lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van februari 1863 tot mei 1863
  • lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van februari 1864 tot september 1864
  • lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van april 1871 tot juni 1871

Opleiding

academische studie

  • Romeins en hedendaags recht (gepromoveerd op dissertatie), Hogeschool te Utrecht, van 9 augustus 1818 tot 23 maart 1825

Activiteiten

als parlementariër

  • Sprak in de Tweede Kamer enkele malen over zaken betreffende de accijnzen, de posterijen, de spoorwegen, het onderwijs en de militie
  • Stemde in 1848 tegen de hoofdstukken I, III (over de Staten-Generaal) en IV, alsmede de additionele artikelen van de nieuwe Grondwet
  • Behoorde in 1861 tot de 17 leden die tegen de ontwerp-Wet op de Raad van State stemden
  • Behoorde in 1861 tot de minderheid die tegen een amendement-Ter Bruggen Hugenholtz stemde over het halveren van de begroting voor Onvoorziene Uitgaven
  • Stemde in 1862 tegen de wetsvoorstellen tot afschaffing van de slavernij in Suriname en op de Antillen
  • Stemde in 1866 tegen de motie-Keuchenius, waarin afkeuring werd uitgesproken over het vertrek van minister Mijer vanwege diens benoeming tot Gouverneur-Generaal
  • Stemde in 1867 vóór de begroting van Buitenlandse Zaken
  • Behoorde in 1867 tot de vier conservatieven die tegen een amendement-Fransen van de Putte op de Indische erfpachtwet stemden. Aanneming van het amendement leidde tot het aftreden van minister Trakranen.
  • Stemde op 23 maart 1868 tegen de motie-Blussé van Oud-Alblas, die uitsprak dat de Kamerontbinding van 1867 niet in het landsbelang was geweest
  • Behoorde in 1872 tot de vier leden die tegen een wetsontwerp stemden over het toekennen van een pensioen aan de beide dochters van Thorbecke

Wetenswaardigheden

algemeen

  • Op 27 oktober 1845 besloot de Tweede Kamer hem niet toe te laten als lid in verband met onregelmatigheden bij de verkiezingen (het meetellen van niet goed ingevulde stembriefjes). Bij de verkiezingen had hij 18 stemmen gekregen, tegen d'Ablaing van Giessenburg 15. Na nieuwe verkiezingen werd hij wel toegelaten.
  • Versloeg in 1853 met steun van de liberalen zijn antirevolutionaire tegenkandidaat

uit de privésfeer

  • Zijn vader was schepen en raad van 's-Hertogenbosch

verkiezingen

  • Versloeg in 1847 in de derde stemming J.D.C.C.W. baron d'Ablaing van Giessenburg met 19 tegen 17 stemmen
  • Werd in 1853 bij de algemene verkiezingen in het district Utrecht niet gekozen. Kreeg ruim 22 procent van de stemmen.
  • Versloeg in 1854 bij de periodieke verkiezing in het district Utrecht na herstemming jhr. H.A.M. van Asch van Wijck
  • Versloeg in 1858 bij de periodieke verkiezingen jhr. J.L.H. de Muralt (lib.) na herstemming
  • Versloeg in 1862 S. baron van Heemstra
  • Versloeg in 1866 bij de periodieke verkiezing na herstemming W.R. Boer (lib.)
  • Versloeg in 1866 bij de algemene verkiezingen na herstemming H. Verloren van Themaat
  • Werd in 1868 bij de algemene verkiezingen samen met E. du Marchie van Voorthuysen gekozen. Zij versloegen o.a. H. Verloren van Themaat.
  • Versloeg in 1871 bij de periodieke verkiezingen W.R. Boer (lib.)
  • Werd in 1875 bij de periodieke verkiezingen na herstemming verslagen door J.N. Bastert (cons.-lib.). Het verschil was 35 stemmen.

woonplaats(en)/adres(sen)

  • Utrecht
  • Odijk (buitenhuis)

ridderorden

Commandeur in de Orde van de Nederlandse Leeuw, september 1853

verenigingen, sociëteiten, genootschappen etc.

lid Provinciaal Utrechtsch Genootschap van Kunsten en Wetenschappen, vanaf 1839

militaire dienst

  • kapitein der schutterij (nam deel aan de Tiendaagse Veldtocht in 1831)

Publicaties van/over

literatuur/documentatie

  • Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek, deel IV, 834
  • G.A.W. ter Pelkwijk, "Mr. W.R. Boer, wethouder, daarna burgemeester van Utrecht, volgens eigen aanteekeningen", in: Jaarboekje van 'Oud-Utrecht' (1944), 146
  • A. Graafhuis, "Mr. Nicolaas Petrus Jacobus Kien 1839-1878", in: "De Utrechtse heren zeventien. Zeventien Utrechtse burgemeesters en hun stad, 1813-1980", (1984), 49
  • G.J. Hooykaas, "N.P.J. Kien", in: "Utrechtse Biografieën", deel V, 173

Biografisch Woordenboek(en)

biografie opgenomen in het Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek

Familie/gezin

huwelijk/samenlevingsvorm

ongehuwd

vader

Mr. J. Kien, Jacob

geboorteplaats en/of -datum

Utrecht, mei 1740 (gedoopt 19 mei)

beroep vader

rechter (lid van het crimineel gerechtshof te 's-Hertogenbosch)

moeder

E.H. van Adrichem, Elisabeth Hester (tweede echtgenote van vader)

geboorteplaats en/of -datum

's-Hertogenbosch, 1 maart 1764

beroep grootvader (vaderskant)

raad in de vroedschap en burgemeester van Utrecht

beroep grootvader (moederskant)

  • stadhouder van de hoofdschout van de stad en meierij van 's-Hertogenbosch
  • schepen van 's-Hertogenbosch
  • drossaard

Op bovenstaande tekst en gegevens zijn auteursrechten van PDC van toepassing; overname, in welke vorm dan ook, is zonder expliciete goedkeuring niet toegestaan. Ook de afbeeldingen zijn niet rechtenvrij.